Blijdendyk 2











Bouwwerf:               New England Shipbuilding Corp. Portland  (241)

Tonnage:                 7176 brt

L x B x H:                 134,57 x 17,34 x 11,38 m

Type:                        Liberty, EC2-S-C1

Voortstuwing:           Enkelschroef; 3 cil. triple expansie mach.  2500 ipk

Snelheid:                  11 knopen

Bemanning:              46 

 

Stalen vrachtschip met twee dekken. Te water gelaten op 11 september 1943 als de "Tobias Lear" (vernoemd naar de privé-secretaris van voormalig president George Washington) voor de United States Maritime Commission en op 21 september overgedragen aan de US War Shipping AdminIstration. (WSA).
Het schip onderhield in ’43 en ’44 een geregelde dienst tussen New York en Liverpool / Southend en voer in de HX-konvooien 260,271, 281, 291, 338, 350. En in de ON-konvooien 210,220,230,271, 290.

1943 Op 3 augustus werd het schip  door de WSA aan Nederland toegewezen en zou oorspronkelijk "Bosboom" gedoopt worden. Op 22 september werd zij overgedragen, kreeg de naam "Fort Orange" en kwam in beheer bij de HAL.

1944 Onder kapitein H.W. Lohr en in charter voor de WSA vertrok het schip  met 9 andere schepen in konvooi ECM 14 op 26 juni vanuit Portsmouth naar de Seine Baai bij Omaha Beach. Het schip had in Belfast 6400 ton legervoorraden geladen. Het lossen van de lading op pontons en in DUKW’s duurde 9 dagen en ging dag en nacht door, alleen onderbroken door vijandelijke luchtaanvallen. Ten tijde van het Ardennen-offensief lag het schip in New York legervoorraden te laden bestemd voor Antwerpen.


1945 Onder kapitein G.J. Drost voer het schip in februari 1945 mee in konvooi HX 338 vanuit Halifax. In de middag van 28 februari passeerde het schip in konvooi TAM 93 Cadzand, waarbij de Nederlandse driekleur gehesen werd. Een emotioneel moment voor de bemanning die al zo lang van huis was geweest. Via de Wielingen ging het de Schelde op om ’s avonds af te meren aan Kaai 213 in Antwerpen. Het lossen duurde 7 dagen terwijl dagelijks zo’n 60 V1’s en V2’s overkwamen. Maar het lossen werd niet onderbroken en daarna ging het terug naar Southend (ATM 87), gevolgd door reizen in de konvooien WVL 139 van St Helens naar Havre en TBC 162 van Southend naar Milfordhaven

1945 Na de oorlog, vanaf juni, behoudt de HAL beheer over het schip namens de Nederlandse regering.

1947 Door het bedrijf op 25 juni in eigendom overgenomen. Op 2 juli omgedoopt in "Blijdendyk". Daarmee was zij het eerste Liberty-schip dat door de Nederlandse regering aan een rederij werd verkocht.
De "Blijdendyk" was het eerste en enige Liberty-type in de vloot. Op 16 augustus 1947 begon haar eerste reis van Rotterdam naar de havens aan de Noord-Amerikaanse oostkust.Het schip voer ook in charter voor de VNS.

1957 Op 23 oktober verkocht aan Ditti Luigi Pittaluga Vapori uit Genua en omgedoopt in "Transilvania". Opnieuw verkocht in 1964 en omgedoopt in "Mount Athos". Terwijl ze op weg was van Tampa naar Porto Allegre, liep het schip op 11 maart 1967 aan de grond nabij de RIo Grande Do Sul, op de positie 30.31 S, 50.20 W. De lading en veel onderdelen werden verwijderd waarna de rest van de romp als total loss werd achtergelaten.



(tekst: John van Kuijk, lid commissie Vloothistorie en Foto-archief)

Bronnen
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998

Websites:
Maritiem Historische Databank

Maritiem Digitaal


Joomla templates by a4joomla