Artikelindex

BIJZONDERE GEBEURTENISSEN

1940 Beschoten door de Fransen in Duinkerken
Bron

W.C. Seabrook, "In the war at sea", uitgave HAL, second edition 1950

De Blommersdijk vertrok op 27 april uit Rotterdam naar New York met een lading goud van de Nederlandse regering. Duinkerken werd aangelopen als controlehaven op last van de Fransen. Op 30 april kreeg men toestemming om de reis voort te zetten. De militaire autoriteiten waren hier echter niet van in kennis gesteld. Zodoende werd het schip door een tank vanaf het strand beschoten, met een treffer in ruim I. Niettemin werd de reis voortgezet en het schip arriveerde op 12 mei in New York. 

Hierna werd het schip verchartered aan de Fransen, maar Frankrijk had gecapituleerd nog voordat het laden was voltooid. Toen ging zij over naar het Britse Ministry of War Transport en maakte verschillende konvooireizen. Na een reis aangekomen in Liverpool werd tijdens een bombardement een nabij staande munitietrein in brand geschoten. Samen met enkele havenwerkers wist kapitein Barend C. Visser de brandende wagons los te koppelen voordat alles en ook de Blommersdijk de lucht in zou gaan.

In konvooi is het schip meerdere keren aangevallen. Zo ook door lange-afstandbommenwerpers, toen twee schepen tot zinken werden gebracht, waaronder een munitieschip dat met een enorme knal de lucht in vloog. Ook is zij een keer aangevallen door E-boten van de Duitsers. En in de Londen docks door drie duikbommenwerpers, maar zonder schade. In de jaren '41, '42 en '44, onder kapitein L.M.J. Scriwanek, maakte het schip reizen naar Oost-Afrika, Madagascar, Ceylon en India; ook in ondragelijke hitte naar onaantrekkelijke plaatsen als Massawa in Eritrea, waar de haven door de weggetrokken Italianen grotendeels verwoest was. Ook kapitein Harm Oldenburger, in 1943, maakte reizen naar deze gebieden, maar ook over de Noord Atlantische oceaan.



1952 September
   Verscheping Sportvisboot
Bron
http://scheepswerfdevlijt.nl/linda-anne-en-jo-ed/


Eind september 1952 vertrok de “Linda Anne” met het s.s. ‘Blommersdijk’ van de Holland Amerika Lijn naar Philadelphia. Henk en Cees de Vries, zoons van de twee oprichters van Scheepswerf “De Vlijt” waren juist in New York toen ze de ‘Blommersdijk’ met de “Linda Anne” aan dek naar Philadelphia zagen vertrekken. Daarna voer de Sport Fisherman door naar Florida. Omdat er schade was ontstaan, reisde Henk de Vries later de boot achterna en bleef daar tot begin 1953. In de ‘New York Times’ van 23 november 1952 verscheen een foto van Morris Rosenfeld met een korte beschrijving van de “Linda Anne’. 


1956 28 februari   Aanvaring op de Westerschelde

De “Blommersdyk” “ komt in het Nauw van Bath in aanvaring met het Turkse vrachtschip ss. “Sapanca” (3.903 brt), dat ter plaatse zinkt in de Schaar van de Noord. De “Sapanca” maakte snel water en zonk binnen 10 minuten. De 35 bemanningsleden werden overgenomen door de “Blommersdijk”. De “Sapanca” was een oud stoomschip dat in 1912 was gebouwd in Glasgow en al vele malen van eigenaar was gewisseld.
Eerder die dag, om 14.22 uur, was de “Blommersdyk”, van Antwerpen vertrokken met bestemming Rotterdam. Met afwisselende vaart werd de Schelde afgevaren. In verband met de grote diepgang werd in de voormast een cilinder gevoerd. De wind was ZO 4, het zicht was circa 2 mijl, er liep vloedstroom. De rivier was bedekt met drijfijs. Op de brug bevonden zich de kapitein, de eerste stuurman, de loods, een stuurmansleerling en een roerganger. Voor zover de diepgang dat veroorloofde, werd stuurboordzij van het vaarwater gehouden. Te 15.30 uur werd Doel gepasseerd en te 16.20 uur werd Bath gepasseerd.

Met de “Blommersdyk” in de stuurboordhelft van het vaarwater, voer vooruit, op een afstand van ongeveer een halve mijl, de meeloper “Sapanca”. Om dit schip voorbij te varen werd een aangehouden stoot op de fluit gegeven. Volgens de loods was er ter plaatse ruim voldoende gelegenheid om deze manoeuvre te maken. De kapitein schatte de ruimte om te passeren op 150 meter. De vaart bedroeg 10 mijl.
De “Sapanca” gaf geen geluidssein, maar ging direct bakboord uit om ruimte te maken. Toen men de “Sapanca” dicht was genaderd, hoorde men van dit schip 7 korte stoten, het sein om aan te geven dat voorbijlopen verboden is, en zag men het schip naar stuurboord draaien. De kapitein liet hard stuurboordroer geven, maar desondanks draaide de “Sapanca” nog 10 graden naar bakboord. Met de machine op volle kracht achteruit, liet men het stuurboordanker vallen.

Even later trof de voorsteven van de “Blommersdyk” stuurboordzij van de “Sapanca” ter hoogte van ruim 2 onder een hoek van 50 à 60 graden tussen de achterschepen. De “Sapanca”  raakte ernstig beschadigd en begon te zinken. Om hulp te verlenen streek de “Blommersdyk" boot stuurboord 3 onder bevel van de eerste stuurman, maar door de sterke stroom en de ijsgang dreef deze boot af. Het gelukte het achterschip van de “Blommersdyk” tegen het achterschip van de “Sapanca” te drukken. Hierdoor konden de opvarenden van het zinkende schip op de “Blommersdyk” overspringen. Twee man bleven aanvankelijk nog aan boord, maar nadat het Nederlandse schip “Osiris” (KNSM) vóór de “Sapanca” ten anker was gegaan en ketting stak totdat de achterschepen van beide vaartuigen elkaar raakten, konden ook deze twee worden gered. Twee toegesnelde sleepboten brachten de afgedreven reddingboot weer naar de “Blommersdyk” en brachten daar ook de twee geredden van de “Osiris”.

De “Blommersdyk” vervolgde haar reis en kwam om 19.05 uur bij Hansweert ten anker en gaf daar de schipbreukelingen af. De volgende dag, om 13.38 uur kon de reis worden voortgezet en om 17.20 uur werd op de rede van Vlissingen geankerd. Daar werd een gat bij de voorsteven provisorisch gedicht, waarna toestemming werd verkregen de reis naar Rotterdam voort te zetten.

De kapitein van de “Sapanca” verklaarde dat zijn schip bij het voorbijvaren van het Nederlandse schip plotseling naar bakboord ging als gevolg van zware stroom en hevig wantij. De loods vulde aan dat de “Sapanca” varende in drijfijs ook nog in een draaikolk was terechtgekomen en daardoor in feite onbestuurbaar was geworden.

De Raad voor de Scheepvaart oordeelde uiteindelijk dat niemand schuldig was aan de aanvaring vanwege onvoorziene omstandigheden. Wel tekende de Raad aan dat het achteraf gezien verstandiger was geweest om elkaar niet in het Nauw van Bath te passeren. De Raad dankte de bemanningen van de ”Blommersdyk” en de “Osiris” voor de maatregelen die genomen waren bij het redden van de opvarenden van de “Sapanca”.

(Zie ook: Heykoop, C. "De Duvel zit in het water"; pag. 47 -49)

(Zie ook: P. van Dijk: 'De 'Blommersdyk' en haar zusterschepen' in: 'De Blauwe Wimpel' jrg. 61 nr. 5 (2006)

1957 22 februari

 
Het schip, dat de Tweede Wereldoorlog als geallieerd vrachtschip heeft overleefd, wordt verkocht aan de Italiaanse rederij Societa di Navigazione Ionica (Petro Longobardo) te Catania en als 'Vivara' in de vaart gebracht.


1959  15 september    
 

Arriveert te Triëst op sleeptouw van de Italiaanse sleepboot ‘STRENUUS’. Verkocht aan Sidemar, dat in maart 1960 met het slopen begon.    

Joomla templates by a4joomla