W.A. Scholten









Bouwwerf                    Robert Napier en Sons, Glasgow (327)

Tonnage:                    2540  brt

L X B X H:                   112,16m/103,63 x11,58 x8,68 m

Voortstuwing:              Enkelschroef;  2 cil. compound stoommachine; 1800 ipk

Passagiers:                 1e klasse. 24,   2e klasse 18,      3e klasse 500

Bemanning:                67

 

Net als haar zusterschip "P. Caland" werd de "W.A. Scholten" besteld op 11 april 1873. Zij werd vernoemd naar de grootste aandeelhouder van de NASM uit die tijd.
De tewaterlating van het nieuwe schip, dat ook als een Barketijn getuigd kon worden, vond plaats op 16 februari 1874. De overdracht aan de NASM volgde precies één jaar na de bestelling, op 11 april 1874. De maidentrip vanuit de haven van Rotterdam naar New York vond plaats op 16 mei 1874.

1876 In februari vervoerde het schip de Nederlandse goederen die tijdens de Centennial Exposition van dat jaar in Philadelphia werden tentoongesteld. De Nederlandsche hoofdcommissieleden en andere deelnemende personen reizen naar en van Amerika met de schepen "W.A. Scholten", "P. Caland" en "Maas", o.a. vanuit Vlissingen.
"........Door het stoomschip "W.A. Scholten", onder den verdienstelijken kapitein Jansen, werd daarop den 20 Februari 1876 de gehele lading van 857 collis, metende 984 M3, ingenomen. Het vertrek was op 22 februari.
................... Na een zeer onstuimige reis kwam de "Scholten" behouden den 8 Maart te New York aan". ( Uit: Verslag aan Zijne Excellentie den Minister van binnenlandsche zaken over de Nederlandsche Afdeling op de Internationale Tentoonstelling)

1886 De stoommachine wordt door Fijenoord vervangen door een nieuwe triple expansie 3 cilinder stoommachine. De ketels van het schip werden gelijktijdig vervangen.

1887 Op 18 april wordt een vaartuig, geladen met ruim 1.300 vaten petroleum uit de Petroleumhaven te Charlois gesleept wordende, overvaren door het uitvarende stoomschip "W.A. Scholten" van de NASM. Het vaartuig is door de sleepboot op het droge gevoerd. De personen zijn gered. Vele vaten petroleum dreven op de Maas. De "W.A. Scholten" scheen geen schade opgelopen te hebben. Zij is althans doorgevaren. (NRC 19-04-1887)

1887
Op 19 november was de "W.A. Scholten" met 156 passagiers, waaronder Poolse Joden, Duitsers en Hongaren, en 54 bemanningsleden om 07.20 vertrokken uit Rotterdam, in charter voor de Red Star Line, en ging later die dag bij Dover voor anker in verband met opkomende mist. Later die avond stoomde de "W.A. Scholten", onder kapitein Jan Hendrik Willemszoon Taat weer langzaam op. In de mist kwam het schip in aanvaring met de Engelse kolenboot "Rose Mary" (geb. 1875 en 1129 brt) (Captain  Thomas Webster) uit West Hartlepool, die onderweg was naar St Nazaire. Binnen 20 minuten verdween de "W.A. Scholten" in de golven, 132 opvarenden , waaronder de kapitein en 4 officieren, lieten het leven bij deze ramp. Middelburgsche Courant 29-11

Van de 210 opvarenden werden slechts 78 personen gered.
Van de overlevenden werden vele opgepikt door het Engelse ss "Ebro" (geb. 1879 en 1115 brt) (captain Skipper) van The Pinkey Steamship Company uit Sunderland. Dit schip was onderweg van Hernösand. Zweden, naar Brest, maar bleef de hele nacht zoeken naar overlevenden en liep de volgende morgen Dover binnen om de geredden en een groot aantal lijken aan wal te brengen. De overlevenden werden ondergebracht in de Dover National Sailor's Home, waar superintendant Mr. Davison en chaplain Mr. Pearce zich over hen ontfermden. De hoofdmachinist, F. Edixhoven, dreef meer dan drie uur in het water totdat hij werd opgepikt door het ss "Leechmere", dat onderweg was naar Bilbao. Hij werd in New Haven aan land gebracht.

Het onderzoek naar de ramp werd verricht door de "Coroner" (lijkschouwer) te Dover, bijgestaan door een jury van ingezworenen. Op 28 november werd de rechtzaak afgesloten.
Het vonnis, waaruit op aandrang van de lijkschouwer een clausule werd weggelaten die de oorzaak van het ongeval aan vergissingen van de bemanning van de "W.A. Scholten" toeschreef, luidde:    “Wij zijn van gevoelen, dat de overledenen hun dood vonden door te verdrinken ten gevolge van een aanvaring tussen de stoomboot "W.A. Scholten" en de stoomboot "Rosa Mary" van Hartlepool, liggende laatstgenoemde destijds voor anker. Wij zijn ook van gevoelen, dat de gezagvoerder van de "Ebro" lof verdient, omdat hij in de nabijheid van het wrak bleef en een groot aantal mensen redde die anders zouden zijn omgekomen”.   (Bron: Jaarboekje Rotterdam 05-01-1888)


Newspaper article 1887  (with statement of captain Skipper of ss "Ebro" !! )

Zie ook hieronder bij KRANTEN !

In 1973 is er een serie postzegels (NL) uitgebracht met op een van de zegels de "WA Scholten", welke de oprichter was van verschillende aardappelmeelfabrieken in het noorden van het land.


Bronnen
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998
Herk, C. van “De Schepen van de Holland Amerika Lijn”, uitg. de Boer, Bussum 1981

 

Websites
Maritiem Historische Databank

Maritiem Digitaal

Wrecksite

Krantenartikelen Engels en Nederlands

Wikipedia



Joomla templates by a4joomla