Artikelindex

Breedijk  


Bouwwerf:               Boele's Scheepswerven en Machinefabriek (118)

Tonnage:                6860 brt

L x B x H:               129,93 x 16,46 x 11,89 m

Voortstuwing:          Brown-Curtis turbines; enkelschroef; 3000 apk

Snelheid:                12 knopen

Passagiers:             3, na verbouwing in 1934  7

Bemanning:            44


Gebouwd als stalen vrachtschip met twee dekken. Het schip werd in het begin van 1922 te water gelaten en overgedragen aan de HAL op 3 maart 1922. Haar eerste reis begon op 15 maart 1922 en voerde van Rotterdam naar Cuba, Mexico en New Orleans. Af en toe voerde haar route naar de havens aan de Amerikaanse noordoostkust.

1925 Op zaterdag 17 oktober loopt het ss "Breedyk" ten gevolge van dichte mist aan de grond bij WIT 21. Na een mislukte poging van de sleepboten "Zwarte Zee" en "Rozenburg", kon het schip met assistentie van 6 sleepboten de volgende dag vlot getrokken worden en naar Rotterdam opstomen.

1926 Begin februari komt de "Breedyk" in aanvaring met het Deense ss "Yrsa", dat ernstige schade oploopt. De lading van de "Breedyk" wordt overgeslagen in het zusterschip "Binnendyk". De "Breedyk" heeft een gat boven de waterlijn en maakt water in de voorpiek. Het schip wordt naar Rotterdam gebracht om gerepareerd te worden.

1926 Verstoppelingen.
Zondag 11 april zijn met het Nederlandsche stoomschip "Breedijk" twee verstoppelingen aangekomen, een Braziliaan en een Tsjecho-Slowaak, die vrijdag j.l. vertrokken waren van Antwerpen, verborgen aan boord van het s.s. "Binnendijk".
Op zee werd het tweetal ontdekt en weldra overgegeven aan het passeerende s.s. "Breedijk", dat de mannen naar hier overbracht, en aan den vreemdelingendienst overgeleverd. (Algemeen Handelsblad 13-04)

1935 De "Breedyk" verzorgt goudtransport naar U.S.   Bataviaasch Nieuwsblad 27-11-1935

1937 ss "Breedyk" in botsing te New Orleans"  "Een Lloyds-telegram meldt uit New Orleans, dat het binnenkomende ss "Breedyk" van de Holland Amerika Lijn, op den aanlegsteiger van de veerboot is geloopen. Vervolgens kwam het schip in aanvaring met het achterschip van den Engelschen oorlogsbodem "Orion". Het is niet bekend of de "Breedyk" schade heeft bekomen".( Haagsche Courant 29-12)

1939 De  "Breedyk" pikt 22 bemanningsleden op van het Britse tankschip "Kennebec" van de Anglo-American Oil Co. te Londen. Dit schip was op 8 september getorpedeerd door de U 34. Zij werden op 10 september te Milford Haven aan land gezet. 

1939 De "Breedyk" werd, onderweg naar Rotterdam, ook nog door de Engelsen meer dan vijf weken opgehouden in verband met de traagverlopende controle op contrabande. Het schip had haar lading ingenomen vóór de oorlogsverklaring van Engeland aan Duitsland !!   Christelijk sociaal dagblad voor Nederland De Amsterdammer 27-10

1940 In mei werd het schip door de Nederlandse regering in beslag genomen en in charter gegeven aan het British Ministry of War Transport. Grijs geverfd kwam ze in dienst van de geallieerde oorlogsinspanning.

1942 Tijdens de reis van Kaapstad via Freetown naar het Verenigd Koninkrijk werd het schip op 14 september 150 mijl ten zuiden van Kaap Palmas door de U 68 (Kptlt. Karl-Friedrich Merten) getorpedeerd.
Hierbij kwamen kapitein B. Ruygrok en bediende A. van Rooijen om het leven. (Zie verder bij BIJZONDERE GEBEURTENISSEN bovenaan pagina)

Voor een lijst van opvarenden ten tijde van torpedering KLIK HIER

Zusterschepen: Binnendyk, Blijdendyk (1), Burgerdyk, Bilderdyk, Beemsterdyk, Boschdyk, Blommersdyk



Bronnen
Bezemer, K.W.L. Geschiedenis van de Nederlandse Koopvaardijvloot in de Tweede Wereldoorlog, (2 delen), Elsevier Boeken B.V., Amsterdam 1986 ISBN 9789051579901
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998
Graaf van Limburg Stirum, Varen in oorlogstijd, Uitg. Stichting “de Zee” door Uitg. v/h C. de Boer Jr, Amsterdam 1947
Seabrook, W.C. In the war at sea, uitg. Holland America Line, 1950

Websites
Maritiem Historische Databank

Maritiem Digitaal

Konvooireizen                                  (Klik op SHIP SEARCH in linker kolom)

Wrecksite.eu


BIJZONDERE GEBEURTENISSEN

1939           9 September         De Breedyk pikt 22 overlevenden op van ss Kennebec
Bron
http://uboat.net/allies/merchants/ships/10.html

Varende zonder escorte werd het Britse ss Kennebec van de Anglo-American Oil Co Ltd, London op 8 september aangehouden door de U 34 (Kptlt Wilhelm Rollmann) na twee waarschuwingsschoten voor de boeg, ongeveer 70 mijl ten zuidwesten van de Scilly Isles. Nadat de bemanning in de boten was gegaan kreeg het schip om 18.13 uur het genadeschot en brak in twee. De volgende dag werden delen van het schip nog tot zinken gebracht door kanonvuur van HMS Verity (D63 (LtCdr A.R.M. Black). De 22 bemanningsleden werden aan boord genomen door de Breedyk, die hen op 10 september in Milfordhaven aan land bracht.

1942         14 september Getorpedeerd in Zuidelijke Atlantische Oceaan door U68
Bronnen:
G.J. de Boer, “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
W.C. Seabrook, "In the war at sea", uitgave HAL, second edition 1950

https://uboat.net/allies/merchants/ships/2175.html

Onderweg van Madras naar Engeland met thee, jute en piekijzer, werd het schip op 14 september om 23.05 uur in de Atlantische Oceaan, 150 mijl ten zuiden van Cape Palmas, door de Duitse onderzeeboot U 68 (kapitein ter-zee Karl Friedrich Merten) getorpedeerd. Als tussenhavens waren Cochin en Kaapstad aangelopen. Het schip had Kaapstad op 5 september verlaten en voer voor de kust van Afrika. Kapitein Ruygrok gaf opdracht om naar de boten te gaan, maar nog niet van boord. Ruijgrok meende het schip misschien nog te kunnen behouden en gaf hij de derde stuurman opdracht zijn boot nog niet te vieren. Na onderzoek door 2e stuurman Pauwels en tweede machinist Edenburg bleek dat het water in de machinekamer snel steeg en dat ook ruim VI onder water stond.  Kapitein Ruygrok ging nog even naar zijn hut, Het schip zonk steeds dieper weg en omdat de toestand door de toenemende slagzij onhoudbaar werd, verliet ook de derde stuurman met zijn boot het schip, dat kapseisde en zonk in dertien minuten op de positie 05.05 Z, 08.54 W.

Ongeveer 10 minuten later kwam de onderzeeboot aan de oppervlakte. Alle boten moesten langszij komen. Behalve de naam van het schip werd gevraagd of de kapitein en de eerste machinist zich in de boten bevonden. Daarop werd ontkennend geantwoord. Gedurende de nacht bleven de vier sloepen bij elkaar. Bij daglicht werd appèl gehouden. Het bleek dat gezagvoerder Ruygrok en bediende A. van Rooyen werden vermist. Kanonnier Daemen had meer geluk. Omdat hij gewond was kon hij de boten niet bereiken. Maar de Noorse timmerman Nils Vik hielp hem op een vlot op het achterdek. Later werden zij door één van de boten opgenomen.

Voor een lijst van de opvarenden KLIK HIER

Op 15 september begonnen de boten aan de reis naar de dichtstbijzijnde haven. De sloepen verloren elkaar uit het oog. 
De bemanning in de motorboot werd op 18 september door een Britse hulpkruiser, HMS Corinthian (F 104) Cdr E.J.R. Pollitt, RNR) opgepikt. Deze zocht verder naar overlevenden van de “Laconia” en op de 27ste werd men in Freetown aan land gezet. Zij werden daar herenigd met de schipbreukelingen uit sloep No 3, die op 23 september waren gered door een Britse torpedojager HMS Decoy (H 75) Cdr G.I.M. Balfour, RN) en op de 25ste aan land gebracht. De derde sloep werd op 21 september door het Portugese ss “Cubango”(1903 – 5.820 brt.), dat op weg was naar Lissabon, verkend. De geredden arriveerden daar op 5 oktober.

De vierde sloep, met dertien bemanningsleden en een kanonnier, onder 2e stuurman W.J.H.A. Teuwisse, zond steeds SOS uit via de noodzender. Op 21 september zagen zij een konvooi passeren op 5 mijl afstand, maar werden niet opgemerkt of genegeerd. Uiteindelijk landde men op 24 september bij een dorpje op de Ivoorkust. Vier dagen later bereikten zij Abidjan, waar zij in het Vichy-Franse kamp Margin werden geïnterneerd. Pas ten gevolge van de geallieerde landingen in Noord Afrika werden zij op 12 december vrijgelaten. Twee dagen later konden zij via Adicke naar Sekondi in Ghana vertrekken en doorreizen naar Engeland.

Er waren twee dodelijke slachtoffers, vijftig bemanningsleden konden in vier boten wegkomen.

Joomla templates by a4joomla