Nieuw Amsterdam 2


Bouwwerf:             Rotterdamsche Droogdok Maatschappij NV (200)

Tonnage:              36.287 brt

L x B x H:              231,20 x 26,82 x 16,76 m

Voortstuwing:        8 Parsons stoomturbines; 2 schroeven; 35.100 apk

Snelheid:              21 knopen

Passagiers:          1e klasse: 568,    2e klasse: 452,    3e klasse: 209

Bemanning;          650 

De "Nieuw Amsterdam" (2) was van 1938 tot 1959 het vlaggenschip van de rederij. Aanvankelijk zou dit nieuwe schip "Prinsendam" worden genaamd. Het schip was ontworpen als de "running mate" van de "Statendam" (3) van 1929. Door de crisisjaren verliep de financiering moeizaam. Dankzij loonoffers van het werfpersoneel en regeringssteun kon het schip toch worden gebouwd en verfraaid door circa 60 kunstenaars. Met twee pijpen, een prachtige lijn en luxe accommodatie werd de "Nieuw Amsterdam" (2) spoedig populair.

1937 Op 10 april werd het schip gedoopt door koningin Wilhelmina en te water gelaten.

1938 Op 21 maart begint de vierdaagse technische proefvaart van het nieuwe passagiersschip als vlaggenschip van de Holland-Amerika Lijn. De  "Nieuw Amsterdam" werd gebouwd binnen een periode van 27 maanden op de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. Op de eerste dag van de proefvaart koerst de "Nieuw Amsterdam" onder kapitein Joh.J. Bijl naar Boulogne-sur-Mer. Aan boord bevinden zich 350 genodigden, w.o. de de directeur van de HAL, W.H. de Monchy en de directeur van de RDM, D.C. Endert. Op 24 maart keert de 'Nieuw Amsterdam' weer terug in de Rotterdamse haven.Haar eerste reis was van Rotterdam naar New York via Boulogne-sur-Mer en Southampton.

1939 Terwijl het schip half september in de Downs lag voor controle door de Engelsen op contrabande, werden, tegen de internationale verdragen in, 145 postzakken bestemd voor Duitsland en Dantzig meegenomen. Nadat op datgene wat als contrabande werd beschouw beslag was gelegd werd de post echter spoedig vrijgegeven. Hetzelfde overkwam de "Statendam". Later werd ook de post voor België van boord gehaald bij de "Pennland". Ook andere Nederlandse schepen kregen met deze praktijken te maken ondanks protesten van de Nederlandse regering. (bron: Geschiedenis Ned. Koopvaardij WO2; K.W.L. Bezemer p.127)

1939 Eind september in New York opgelegd wegens oorlogsgevaar. Van 21 oktober tot 18 november maakte zij 4 cruises naar Bermuda en werd weer opgelegd. Vanaf 23 december waren er weer cruises vanuit New York.

1940 Op 10 mei, varende tussen La Guaira en Puerto Caballo kreeg het schip, onder commodore Johannes J. Bijl, opdracht om naar New York terug te keren. Op 12 september werd zij door de Nederlandse regering overgedragen aan het Britse Ministry of War Transport en in beheer gegeven van Cunard White Star Line. Het vertrok naar Halifax. Het meubilair en alle artistieke versieringen werden opgeslagen. Het schip kreeg een degaussing-kabel. In Singapore bij de bekende Straits Settlement Naval Base werd het schip verbouwd tot troepenschip met een capaciteit van 8000 man en kreeg een oorloggrijs uiterlijk tot en met de schoorstenen. Het werd bewapend met maar liefst 36 kanonnen. Daarna, op 24 december, begon haar eerste reis als troepenschip. Duizenden Australiërs, Nieuw Zeelanders en Zuid Afrikaanse manschappen werden samen met de "Queens"en andere oceaanreuzen overgebracht naar het Midden-Oosten ter versterking van troepen van Montgomery.

Tijdens de oorlogsjaren vervoerde het schip bijna 400.000 personen. Hierbij werd een afstand van 530.452 zeemijlen afgelegd onder veelal gevaarlijke omstandigheden.

1941 In juli bracht het schip de leden van het koninklijk huis van Griekenland veilig over van Suez naar Durban. Als blijk van waardering werd commodore Bijl benoemd tot Commandeur in de orde van de Phoenix; kapitein Rens Brands en hoofdmachinist A.A.J. Haman ontvingen het Gouden Kruis van de Orde, en de purser Menno K. Ziessen het Zilveren Kruis.

1943 In onderhoud te San Francisco. Daarbij werd de bewapening gewijzigd en bestond toen uit: 1 kanon (15,2 cm), 4 kanons (7,6 cm), 50 kal. H.A./L.A. (High Angle / Low Angle) tegen zee- en luchtdoelen, 2 vierloops 40 mm automatische Bofors mitrailleurs, 16 mitrailleurs (20 mm) en 4 U.P.'s (Unrotated Projectiles = primitief afweermiddel tegen vliegtuigen). Er werden 5 munitiebergplaatsen bijgebouwd, de andere gerenoveerd. Het schip werd toen ook voorzien van een radarinstallatie.

1944 Terwijl het schip in Hoboken in dok lag bracht Prinses Juliana een onofficieel bezoek. Zij werd verwelkomd door commodore George J. Barendse. De prinses maakte een ronde over het schip en kreeg een lunch aangeboden in de voormalige kinderspeelkamer op hert upper promenade dek. Later dit jaar maakte het schip samen met andere troepenschepen 10 reizen naar Europa (Operatie Bolero) ter voorbereiding van de landingen op D-day.

1945 Vertrek vanuit Southampton van het op 9 oktober door de Cunard Line aan de Holland-Amerika Lijn teruggegeven troepentransportschip "Nieuw Amsterdam" met aan boord 5.000 Nederlandse militairen en burgers met bestemming Singapore.

1945 Vier maanden na de Japanse capitulatie op 8 december begint de "Nieuw Amsterdam" vanuit Singapore aan de éérste thuisreis voor niet minder dan 3840 repatrianten, Indische kamp-overlevenden, waaronder 1200 kinderen, en 800 Britse militairen. Onderweg heeft men te kampen met een uitbraak van een Mazelen-epidemie. De reis gaat via Colombo, Suez en Port Said naar Southampton, waar men voor vervoer naar Holland moet overstappen op andere schepen. De "Nieuw Amsterdam" is te kostbaar om blootgesteld te worden aan het mijnengevaar in de Noordzee. Dat risico wordt nog te groot geacht. (Klik hier voor reisverslag)

1946 Op 26 april keert het troepenschip onder grote belangstelling terug in de haven van Rotterdam en wordt vanaf 22 mei bij de RDM-werf weer omgebouwd tot passagierschip.

1947 Na een herstelperiode van ruim een jaar kon het schip op 29 oktober beginnen aan de eerste na-oorlogse oversteek naar New York.

1952 Eind januari ligt de "Nieuw Amsterdam" voor onderhoud / reparaties afgemeerd bij de RDM-werf.

1952 Op 8 november loopt het passagiersschip "Nieuw Amsterdam" van de Holland-Amerika Lijn voor de eerste keer de haven van Amsterdam binnen. De aankomst in Amsterdam is echter noodgedwongen, omdat de toegang tot de Nieuwe Waterweg is geblokkeerd door het aan de grond lopen van het Panamese liberty-schip 'Faustus' (gestrand op 6 november 1952). Dit was groot nieuws voor de regio; vooral belangstellenden uit de Zaanstreek trokken 'smiddags naar het Noordzeekanaal om het schip te bewonderen, maar pas laat in de avond ging zij vanuit de Coenhaven weer naar zee !!

1956 Het schip krijgt een grijze romp en in 1961 volgde de verbouwing van een drie- naar een twee-klassenschip.

1961 In het najaar onderging het schip een grote verbouwing bij de RDM-werf.

1965 De "Nieuw Amsterdam" was betrokken bij een aanvaring en had schade aan de steven. Begin mei werd de schade hersteld bij de RDM.

1967 Bij de N.V. Dok- en Werfmaatschappij Wilton Fijenoord worden nieuwe ketels ingebouwd, waarna de rederij het schip nog ruim zes jaar inzet voor transatlantische lijndiensten en cruises.

1968 "Nieuw Amsterdam" op Noordzee voor anker, schade aan schroefassen" Algemeen Handelsblad 01-11. Het schip gaat voor reparatie en verbouwing naar de RDM-werf.

1971 In november uit Rotterdam vertrokken voor de laatste HAL afvaart met passagiers naar New York, gevolgd door cruise vanuit Port Everglades.

1972 Het schip wordt onder Antilliaanse vlag gebracht.

1973 In december maakte het schip de laatste cruise. Hoewel er plannen waren om het schip permanent naar Rotterdam te halen, werd het schip voor 13,5 miljoen gulden verkocht voor de sloop aan Nan Fong Steel Enterprise Ltd, Kaohsiung in Taiwan. Ze vertrok, onder kapitein R. ten Kate,  op 9 januari 1974 van Port Everglades via Curacao, Panama en Los Angeles naar Kaohsiung, waar ze op 2 maart 1974 aankwam.

(tekst: John van Kuijk, lid archiefcommissie)

Bronnen:
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998
Herk, C. van “De Schepen van de Holland Amerika Lijn”, uitg. de Boer, Bussum 1981
Krijnen, K. Vrienden stoomschip "Rotterdam".

Websites:
Maritiem Historische Databank

RDM-archief

Maritiem Digitaal

Konvooireizen (Klik op SHIP SEARCH in linker kolom)

Repatrianten Indie

Troepentransport Indie

Wikipedia

Youtube001    Bouw en proefvaart
Youtube002    Cruise 1949
Youtube003    Interieur
Youtube004    Sloop


Literatuur:
Beeld Historie dsts Nieuw Amsterdam; N. Guns Ph. D.
dsts Nieuw Amsterdam, plannen en bouwen; dr N. Guns;
GUNS@HOME B.V.ISBN 9789492368010
dsts Nieuw Amsterdam, afbouwen en inrichten (deel 2); GUNS@HOME B.V. ISBN 9789492368027
dsts Nieuw Amsterdam, varen 1938 – 1940 (deel 3a); dr N. Guns; GUNS@HOME B.V. ISBN 9789492368072
dsts Nieuw Amsterdam, varen 1940 – 1946 (deel 3b); dr N. Guns; GUNS@HOME B.V. ISBN 9789492368102
dsts Nieuw Amsterdam, uitstaanders (deel 5); dr N. Guns; GUNS@HOME B.V. ISBN 9789492368034
ss Nieuw Amsterdam, classic liners; Andrew Britton; Uitg. Tempus 2015 (eng) ISBN 9780750961028
ss Nieuw Amsterdam, the Darling of the Dutch; William H. Miller; Amberley Publishing, 2010 (eng) ISBN 9781848683662
Nieuw Amsterdam; C. Konings; uitg. Den Boer, Middelburg 1988; ISBN 90 70027 49 6

Literatuur betreffende HAL 1940 – 1945:
Bezemer, K.W.L. Geschiedenis van de Nederlandse Koopvaardijvloot in de Tweede Wereldoorlog, (2 delen), Elsevier Boeken B.V., Amsterdam 1986 (pag. 1171 – 1179)
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X (pag. 65 – 101)
Herk, C. van “De Schepen van de Holland Amerika Lijn”, uitg. de Boer, Bussum 1981; ISBN 90 228 1863 2 (pag. 14 – 16)
Graaf van Limburg Stirum, S.J. Varen in Oorlogstijd; uitg. v.h. C. de Boer Jr, Amsterdam  1947 (pag. 452 – 455)
Münching, L.L. von, De Nederlandse Koopvaardijvloot in de Tweede Wereldoorlog, deel I, De Boer Maritiem, Amsterdam 1978 (pag. 28, 30, 31, 178, 180, 187, 192)
Münching, L.L. von, De Nederlandse Koopvaardijvloot in de Tweede Wereldoorlog, deel II, Den Boer uitgevers, Middelburg 1986 (pag. 214)
Seabrook, W.C. “In the War at Sea”; uitg. HAL, second edition 1950 (pag. 54 - 59)

Joomla templates by a4joomla