Rotterdam 4


Bouwwerf:                  Harland & Wolff Ltd, Belfast (390)

Tonnage:                   24.148 brt

L x B x H:                  203,52x23,47x14,63m

Voortstuwing:            2 quadruple stoommachines;  16.760 ipk

Snelheid:                  16,5 knopen.

Passagiers:               1e klasse: 532, 2e klasse: 555, 3e klasse: 2232

Bemanning               470 

Gebouwd uit staal met drie dekken en zeven ruimen. De kiel werd op 6 november 1906 gelegd en de tewaterlating was op 3 maart 1908. De proefvaart vond plaats op 3 juni van dat jaar en de overdracht was op 6 juni. Het was het grootste schip in de Nederlandse koopvaardijvloot tot april 1929 toen de Statendam (3) in de vaart kwam. Het was het eerste lijnschip voor de Noord-Atlantische vaart met een door glas omgeven promenadedek voor de eersteklas passagiers. Haar eerste kapitein was Frederik Hendrik Bonjer. Ze begon haar eerste reis, van Rotterdam naar New York, op 13 juni. Op 7 juli 1908 arriveerde ze in New York met een recordaantal van 1009 passagiers in de gewone klasse (445 in eerste, 564 in tweede). Het vorige record was in handen van de König Wilhelm II met 987 passagiers in september 1906.   Voor een impressie van haar interieur KLIK HIER

1909 De HAL kreeg het contract met de Nederlandse Posterijen en de "Rotterdam" was het eerste schip dat post vervoerde.

1909 In oktober was het ss "Rotterdam" (kapitein H.C. van der Zee) tijdens mist vastgelopen op de Nieuwe Waterweg. Het schip werd vlotgetrokken door de sleepboten van L. Smit & Co, de  "Lauwerzee", "Gouwzee" en "Wodan".

1912 Als gevolg van de ramp met de Titanic werd het achterdek verlengd om meer ruimte voor reddingboten te creëren.

1914 Op 2 februari verliet ze New York voor een cruise naar de Middellandse Zee met 824 passagiers in één klasse (en vestigde daarmee het record voor het aantal cruisepassagiers op één schip met vertrek uit New York). Het schip meerde aan in alle belangrijke havens in de Oude Wereld en keerde op 29 maart terug in Rotterdam. Vanwege het grote succes werd een soortgelijke cruise gepland voor 1915. Het schip bleef in dienst tot 23 februari 1916 toen het werd opgelegd als gevolg van het toenemende gevaar van mijnen.

1919 Ze keerde terug in dienst op 24 januari en vertrok van    naar New York. Ze werd door de Amerikaanse regering gecharterd voor het repatriëren van troepen uit Brest naar New York.

1923 Ze onderging een grote verbouwing waarbij de ketels werden omgebouwd voor het gebruik van olie in plaats van kolen en de passagiersaccommodatie werd aangepast naar 550 eersteklas, 55 tweedeklas en 808 toeristenklas. Ze voer op de route Rotterdam – Boulogne – Southampton – New York, met op de terugreis een stop in Plymouth in plaats van Southampton. Vanaf 1926 werd het schip buiten het seizoen volop gebruikt voor cruises.

1926 Inspectie van de schroeven na Middellandse Zeereis.    Rotterdamsch nieuwsblad 07-04-1926

1926 Bij Vlaardingen, ter hoogte van de Vondelingenplaat, heeft het uitgaande ss Rotterdam een schuit overvaren in den Waterweg. De schipper verdronken.   Rotterdamsche nieuwsblad 14-04-1926

1929 Passagierlijst 15-06 eastbound Student Third Cabin reis STCA                               Captain Cornelis (Watze) Krol
De afkorting STCA staat voor Student Third Cabin Association, een Amerikaanse studentenreisvereniging in 1923 opgericht door twee Yale-studenten. Deelname stond uitsluitend open voor studenten en hun betrekkingen. Een Tourist Third Cabin- boeking bood, naast de reguliere passagiers, toegang tot de hutten, dekken en publieke ruimtes van wat voorheen de 2e klasse was op de stoomschepen "Rotterdam", "Nieuw Amsterdam", "Volendam" en "Veendam" en, opmerkelijk, ook op de 3e klas-accommodatie op het nieuwe vlaggeschip van de Holland Amerika Lijn, de "Statendam". De service op al deze schepen overtreft de stoutste verwachtingen: De maaltijden zijn 1e klas, perfect bereid en geserveerd in een propere omgeving.
In deze passagierslijst treft u een foto van scheepsofficier en latere HAL-kapitein J. Munnik en enkele groepsfoto's van STCA deelnemers.


1929 In juli vond wederom een verbouwing plaats, dit keer op de werf van Wilton Fijenoord in Schiedam en werd de passagiersaccommodatie 551 in eersteklas en 1121 in toeristenklas. Ze keerde terug op de lijndienst.

1932 Op 5 september kwam het schip (kapitein J. van Dulken) in Rotterdam aan nadat de bemanning eerder in staking was gegaan omdat de maatschappij het plan had het schip opnieuw de Noord-Atlantische oversteek te laten maken zonder aan te meren in Rotterdam, iets waar de bemanning het niet mee eens was.  Dit tegen de achtergrond van een algemene staking van zeelieden in Nederland. Als gevolg daarvan werd het schip opgelegd.
Zie "Staking in de Koopvaardij / Moeilijkheden aan boord ss "Rotterdam" (Leeuwarder nieuwsblad 05-09-1932)

1933 Op 4 november vertrok ze, witgeverfd, voor een serie vijftiendaagse cruises in het West-Indische gebied, omdat er in de tijd van de depressie meer geld te verdienen was met cruises dan in de lijnvaart.

1935 Tijdens een cruise in de herfst strandde het schip (kapitein Johan van Dulken) op 30 september op Morant Cays, 60 mijl van Kingston, Jamaica met 424 passagiers aan boord. Allen werden overgebracht naar de "Ariguani" (Elders & Fyffes).
          De Grondwet  01-10 
 
         Lees ook:   "A lot of fun onboard ss "Rotterdam",   De locomotief  18-10
D
e passagiers werden met het ss "Volendam", dat haar terugreis vanuit New York had geannuleerd, van Kingston naar New York gebracht. Het schip werd vlot getrokken op 5 oktober met behulp van de Nederlandse sleepboot "Indus" (Smit Rotterdam). Nadat in New York tijdelijke reparaties waren uitgevoerd, voer het schip naar Rotterdam voor definitief herstel op de werf van Wilton Fijenoord.

1939 De "Rotterdam" als graanschip teruggekeerd met de reizigers van de "Volendam" aan boord. De Maasbode 09-10

1939 Op 28 december werd het schip als schroot verkocht voor 757.500 gulden nadat ze voor de laatste keer in Rotterdam aankwam. I

1940 ss "Rotterdam" (4) wordt begin januari voor de sloop versleept naar de Waalhaven. Daar werd het grootste deel van de bovenbouw verwijderd zodat het schip onder de Maasbruggen door kon. Op 2 januari 1940 arriveerde ze bij de sloopwerf van N.V. Frans Rijsdijk's Industriële Ondernemingen in Hendrik Ido Ambacht voor de verdere sloop.

(tekst: John van Kuijk, lid commissie Vloothistorie en Foto-archief)

Bronnen:
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998
Herk, C. van “De Schepen van de Holland Amerika Lijn”, uitg. de Boer, Bussum 1981; ISBN 90 228 1863 2

 


Joomla templates by a4joomla