Rijndam 1



Bouwwerf:           Harland & Wolff (336)

Tonnage:            12.527 brt

L x B x H:           170,90 x 18,90 x 13,77 m.

Voortstuwing:     2 triple expansie 3 cil. stoommachine; 2 schroeven; 7500 ipk

Snelheid:           15 knopen

Passagiers:        1e klasse: 283, 2e klasse: 252, 3e klasse:  1928

Bemanning:       266

Het contract met de werf werd op 18 april 1897 getekend. De kiel werd op 23 november 1899 onder bouwnummer 336 gelegd. Op 18 mei 1901 werd het schip te water gelaten.
1901  Op 3  Oktober vond de proefvaart plaats met aan boord alle directieleden van de Holland-Amerika Lijn. Tijdens deze proefvaart vond ook de overdracht plaats.

1901 De maidentrip van Rotterdam naar New York ving aan op 10 oktober.

1906 Het interieur en het exterieur werden door verbouwingen diverse malen gewijzigd. Ook de passagiersaccommodatie veranderde hierdoor in respectievelijk 1906, 1910, 1912en 1925.

1912 Op het achterschip werden een aantal reddingsloepen bijgeplaatst. Ook de tonnenmaat wijzigde hierdoor.

De Eerste Wereldoorlog is het schip niet zonder schade doorgekomen.
1915 Bij vertrek uit New York op 5 juni komt het schip in aanvaring met het Noorse ss "Jos J. Cuneo" (1907 - 874 brt) en loopt averij op aan bakboord. De US slagschepen "Texas", "South Carolina", "Louisiana", en "Michigan" schoten te hulp en namen 230 passagiers over. Het schip keerde daarop terug voor herstel. De Graafschap-bode 28-05

1916 Tijdens de terugreis van New York naar Rotterdam, onder kapitein P. van den Heuvel, is het schip, evenals andere schepen van de HAL, door de Engelsen in Falmouth aangehouden en werd de lading prijsverklaard.  Haagsche courant 19-01
Vervolgens liep de "Ryndam" op 18 januari op de Noordzee op een mijn. Die was gelegd door de Duitse onderzeeboot "UC 1". Drie tremmers kwamen hierbij om het leven. Het schip liep grote schade op en werd bij Higham Bight aan de grond gezet. Na twee dagen werd zij vlotgebracht en kon zij op eigen kracht naar Gravesend voor noodreparatie, waarna zij in de thuishaven Rotterdam kon worden hersteld.
De eerste reis na deze reparatie werd het schip voor de Amerikaanse kust aangevaren en liep daardoor schade op die in New York werd gerepareerd.

1916 "Het  ss "Rijndam" van de HAL, kapitein W. Krol, redt in de Atlantische Oceaan, op 50° 30’  N en 12° 41’ W. , de bemanning van de in nood verkeerende Amerikaanse sleepboot "Vigilant". Deze had draadloos om hulp verzocht. De "Rijndam" veranderde daartoe van koers. Een boot met den 1e officier en 6 man, maakten twee tochten naar de "Vigilant" en haalde eerst 9, daarna nog 4 man daar af. Drie opvarenden, de 2e officier, een stoker en een olieman, weigerden het schip te verlaten. "
(uit: Hoogendijk, J.H. ; De Nederlandsche Koopvaardij in den Oorlogstijd; pag. 424)

1918 De "Ryndam" is met nog 9 andere HAL schepen, op 21 maart door de Verenigde Staten op grond van het Angarie-Recht in beslag genomen en onder Amerikaanse vlag gebracht (soort dwang-bareboatcharter). Het schip kreeg een Amerikaanse bemanning en werd in beheer gegeven bij de Emergency Fleet Corporation als USS "Ryndam". De Nederlandse officieren en bemanningsleden keerden met het ss "Nieuw Amsterdam" naar Nederland terug. (in totaal werden 88 Nederlandse schepen in beslag genomen)
Na verbouwing tot troepenschip in dienst gesteld bij de US Navy als ID - 2505. Het schip, onder commando van John J. Hannigan, maakte zes rondreizen naar Brest en één naar St. Nazaire. Het vervoerde onder Amerikaanse vlag ruim 17.319 militairen.

1918 Op 31 mei werd het schip bijna getorpedeerd door de "U 90", maar kon drie torpedo's ontwijken, terwijl de "President Lincoln" (1907- 18.168 brt) tot zinken werd gebracht. Van de 715 opvarenden kwamen er 26 om, terwijl luitenant Edouard Izaacs als krijgsgevangene aan boord werd genomen van de "U 90" Een poging van het ss "Ryndam" om de Duitse onderzeeboot te rammen mislukte.

1919 Op 22 oktober werd het schip aan de maatschappij teruggegeven en op de werf van Wilton weer tot passagiersschip verbouwd. Op de eerste reis na de verbouwing, op weg naar New York, had het schip een aanvaring zodat het bij aankomst in New York direct weer in het droogdok kon worden gezet. In de naoorlogse jaren is het schip diverse malen verbouwd, waarbij zowel het in- als het exterieur flink veranderde. Daarbij hoorde ook het plaatsen van meerdere reddingsloepen op het achterschip omdat de passagiersaccommodatie was uitgebreid.
Het Amerikaanse Chapman College University charterde het schip diverse malen om met studenten een wereldstudiereis te maken.

1928 Op 15 december werd een overeenkomst getekend met de Nederlandse sloopwerf N.V. Frank Rijsdijk’s Industriële Ondernemingen te Hendrik Ido Ambacht om het schip aldaar te slopen. 

1929 In mei werd het s.s. "Ryndam" in Hendrik Ido Ambacht gesloopt.

(tekst: John van Kuijk, lid Archiefcommissie)


Bronnen:
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998
Herk, C. van “De Schepen van de Holland Amerika Lijn”, uitg. de Boer, Bussum 1981; ISBN 90 228 1863 2

Websites:
Maritiem Historische Databank

Maritiem Digitaal

Wikipedia

Uboat.net

Youtube

Joomla templates by a4joomla