Herindeling van afdelingen en diensten

Herindeling
In het midden van de jaren ’60 vonden er bij de HAL grote veranderingen in de organisatie en behuizing plaats. Zodoende kwam er ruimte vrij in het hoofdgebouw waardoor de in het souterrain gehuisveste Cargadoorsafdeling naar bovengrondse kantoorruimte kon verhuizen.

Aanpalend aan het hoofdgebouw was loods Chicago met een aantal ruimten/kantoren zoals: Magazijn Civiele Dienst en de Geneeskundige Dienst, welke laatste per 1 februari 1975 gesloten werd. Op 22 april 1964 trok de nieuw gevormde Personeelsdienst Zeevarenden in de ruimte boven de Geneeskundige Dienst in het pand Chicago. Deze nieuwe afdeling was een samenvoeging van de personeelsdiensten van de Civiele, Nautische (incl. Equipage) en Technische Dienst.

Met de verplaatsing in 1970 van de meeste passageactiviteiten naar de U.S.A. werd de kantoorruimte aan de waterzijde ontruimd.
In het historische emigrantenhotel, eigendom van de HAL sinds 1902, bevonden zich tot medio ’70-er jaren een Volksbondkantine, Radarkamer, Matrozenschool en de Sociale Dienst.

Atlantic Container Line (A.C.L.)
Op 5 februari 1968 werden 70 personeelsleden die werkzaam waren voor de nieuwe A.C.L. dienst, ondergebracht in het Landverhuizershotel. In 1971 werd A.C.L. (Rotterdam) bv nogmaals verhuisd, nu naar de leegstaande ontschepingshal aan de waterzijde. In dezelfde periode werden de resterende onderdelen van het Vrachtbedrijf eveneens verplaatst naar de vroegere kantoorruimten van de afdeling Passage. In de ruimte op de begane grond van de afdeling Passage was de afdeling Bagage gevestigd. Die ruimte werd in 1971 voor korte tijd ingenomen door een klein aantal mensen werkzaam voor A.C.L. en gaf daarna onderdak aan de computerafdeling.

Werkplaatsen en loodsen
In het pand op de Wilhelminakade bevonden zich de werkplaatsen met o.a. Linnenkamer, Houtbewerking, Stoffeerders, Tuigage, Schilderwerkplaats, Zeilmakerij en een ruimte voor het schonen en oppoetsen van het tafelzilver. Het Nationaal Fotomuseum is later in dit pand getrokken. Grenzend aan dit pand was de garage en in het souterrain een grote fietsenstalling.

Aan de Maaszijde bevonden zich: de loodsen New York, Baltimore, Norfolk en Philadelphia met halverwege een opening naar de waterkant met de portiersloge, het kantoor van de douane en het Stuwadoorsbedrijf. Boven de loodsen bevonden zich op de kop de personeelskantine met het buitenterras, de kantoren van de afdeling Passage en de in- en ontschepingshal.

Aan de Rijnhaven bevonden zich de loodsen New Orleans, San Francisco en Havanna.
Na beëindiging van de Tweede Wereldoorlog bleek het hoofdgebouw door de oorlogshandelingen op enkele kogelgaten en gebroken ruiten na nauwelijks beschadigd te zijn. Maar er was veel schade aan de loodsen en de inventaris.