Tonijn vangen in Dakar

Door: W.J. Gierman
Tijdens de wereldcruise van de Ryndam in 1970-1971, lagen wij afgemeerd in de haven van Dakar. Aan de andere zijde van de pier lag een groot Nederlands vissersvaartuig. Op dit vissersvaartuig was een bekende van  3e werktuigkundige v.d. Ham aanwezig, die hem uitnodigde voor een bezoek op het vissersvaartuig. Hij vroeg aan Dick Scholder en mij of wij het leuk vonden een biertje aan boord van het vissersvaartuig te drinken. Nou, wij wilden wel.

Wij waren daar vroeg in de middag, ruim vóór de thee. Er werd kennis gemaakt en na de rondgang volgde een borrel. Het was erg gezellig en dan is het snel laat. Na het laatste biertje vroeg de kennis van v.d. Ham, “Willen jullie nog een visje meenemen?“ Waarop wij antwoordden “Graag, een visje is natuurlijk nooit weg.” Na het afscheid nemen moesten wij buiten nog even wachten op onze vis. Tijdens het wachten kwam er iemand aanlopen met een steekwagen en daarop stond een grote diepgevroren tonijn. Wij dachten, dit zal toch aan ons voorbijgaan en keken slechts belangstellend. Maar nee, hij stopte bij ons. Wij keken naar onze gastheer, hij lacht wat en antwoordde: “Ja, dit is jullie visje.” Wij bedankten hem hartelijk, want dit was te gek en toch niet nodig geweest.

Links Oeke de Haan en rechts Wim Gierman met de tonijn.

Op de gezichten is duidelijk de vermoeienis af te lezen van de vangst en het transport.

Maar ja, wij waren mooi opgescheept met deze tonijn en lieten ons natuurlijk niet kennen. Na nogmaals onze gastheren bedankt te hebben liepen wij met de steekwagen tot aan onze gangway. Daarna begon de ellende. Wij kwamen tot de ontdekking dat een diepgevroren tonijn niet is vast te pakken en handmatig dus moeilijk te transporteren. Maar uiteindelijk lukte het.

Eén man stak enkele vingers in de oogkassen en de ander sloeg zijn arm om het dunne gedeelte net vóór de staart. Met moeite zijn wij het schip opgekomen. Wij moesten nu naar de vrieskamer beneden, maar mochten de personenlift niet gebruiken. Dus dan maar via het trappenhuis. Boven aan de trap ging het mis. De vingers schoten uit de oogkassen en daardoor was het achterstuk van de tonijn niet meer te houden. Met donderend geweld en bonkend op de traptreden schoot de tonijn naar beneden, om verder glijdend over het volgende dek tegen een wand tot stilstand te komen. Gelukkig waren er geen slachtoffers.

Nog boven hoorden wij: “Waar komt die vis vandaan?” Wij riepen: “Afblijven, deze vis is van ons!” Hoe wij verder met deze vis de vrieskamer hebben bereikt, weet ik niet meer. Je zou denken, met behulp van een brancard. De chef-kok had ons beloofd er iets lekkers van te maken. Wij keken er naar uit maar hoorden of zagen niets. Tot onze teleurstelling vernamen wij enige tijd later dat de Indonesische bemanning één dag in de week tonijn op het menu had staan. En inderdaad, dat was onze  tonijn. Wij zijn toen op een dag maar aangeschoven aan tafel bij de Indonesiërs. En hebben heerlijk gegeten!

Bron: HALLO 2008 Nr. 4