Door: De Proviandmeester
Op het vlaggenschip van de Holland-Amerika Lijn voer men in de Purser’s Office met vijf klerken. Vier in de first class office en één in de office cabin/tourist class. De oudste klerk, wat hij overigens best wilde weten, resideerde in de first class en nam daar een nogal dominante positie in. Dat hij de boel terroriseerde is wat overdreven, maar de dingen moesten wel gebeuren zoals hij het wilde. Zo ook in de behuizing. Een schamel gemeubileerde binnenhut, die met vier klerken gedeeld moest worden. Uiteraard had onze senior beslag gelegd op de beste slaapplaats. Een bovenkooi, die hij had verfraaid met plaatjes, pin-ups en wat dies meer zij.
Het pièce de résistance was echter een levensecht geschilderde patrijspoort, waardoor men in de verte een schip ontwaarde.
Op een dag had de oudste weer eens op een dermate autoritaire manier van de toren geblazen, dat de collega’s het meer dan zat waren. Besloten werd hem dan ook eens op zijn nummer te zetten. De gelegenheid hiertoe deed zich voor op een middag. De oudste klerk had zich namelijk de gewoonte eigen gemaakt tussen twaalf en drie uitgebreid ter kooi te gaan. De pyjama werd aangetrokken en hij schoof tussen de lakens. Zijn collega’s, deze gewoonte kennend, tapten terwijl hij in diepe rust was een emmer water en stortte die over de oudste uit. Half verzopen schoot deze overeind en stootte onthutst uit: “Help, wat gebeurt er“? Geruststellend werd geantwoord: “Niets bijzonders, je hebt alleen je patrijspoort open laten staan
Bron: HALLO 1993 nr. 3











