Afdrukken
Hits: 1211

 

Veendam 2











Bouwwerf:       Harland & Wolff Ltd Belfast (650)

Tonnage:         15.434 brt

L x B x H:        175,26 x 20,42 x 13,72 m.

Voortstuwing:   4 Brown-Curtis turbines (totaal 8000 pk) 2 schroeven

Snelheid:         15 knopen

Passagiers:       bij de bouw: 1984 in drie klassen, na 1928 1321 personen in drie klassen

Bemanning:     328

De twee zusterschepen Veendam (2) en Volendam (1) zijn bij de werf van Harland & Wolff in Glasgow gebouwd onder de bouwnummers 650 en 649.
Op 12 april 1922 werd de Volendam overgedragen en een half jaar later, op 23 maart 1923, volgde de Veendam. Beide schepen hadden een grote staat van dienst bij de NASM.
Beide schepen waren volledige passagiersschepen die na 1946 195 eersteklas, 357 toeristenklas passagiers konden vervoeren met een bemanning van 362 man.

1928 Liggend aan de HAL pier in Hoboken door bodemschade gedeeltelijk gezonken.

1940 Tijdens het bombardement in mei op Rotterdam ligt de Veendam aan de Wilhelminakade; wordt later verhaald naar de Waalhaven.

1941 De Duitsers vorderen het schip en op 30 mei 1941 is ze vertrokken om gedurende de oorlog te Gotenhafen en Hamburg dienst te doen als logementschip voor onderzeebootbemanningen.
Tijdens het verblijf in Hamburg is de Veendam beschadigd geraakt door bombardementen en zelfs gedeeltelijk gezonken.

1943 Door vier brandbommen getroffen.

1944 In Hamburg meerdere keren getroffen tijdens bombardementen.

1945 Gedeeltelijk gezonken en uitgebrand.

1946 In oktober is het schip gelicht en door de slepers 'Zwarte Zee' en 'Tyne' van Hamburg naar Amsterdam gesleept.

1947 Na bij de Nederlandsche Dok- en Scheepsbouw Maatschappij in Amsterdam te zijn hersteld, kwam het schip terug naar de thuishaven Rotterdam.
Pas in 1952 werden de beide schepen uit de vaart genomen toen het s.s. Ryndam (2) en s.s. Maasdam (4) in dienst werden gesteld.

1953 Op 30 oktober ving de laatste reis naar New York aan. De Veendam is gesloopt bij Patapsoo Scrap Company te Baltimore.

(tekst: John van Kuijk, lid Archiefcommissie)

Bronnen:
Bergh, E. van den; HALLO 2004
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Costello, J. & Hughes, T; De Slag om de Atlantische Oceaan, uitg. de Boer Maritiem, Bussum 1980
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998
Herk, C. van “De Schepen van de Holland Amerika Lijn”, uitg. de Boer, Bussum 1981
Holdermans, R HALLO 2 2002
Seabrook, W.C. “In the War at Sea”; uitg. HAL, second edition 1950

Websites:
Maritiem Historische Databank

Maritiem Digitaal

Captain Albert's Blog

Youtube

 


 Bijzondere gebeurtenissen


1939 Het ss Veendam neemt deel aan reddingsactie bij het door de U 29 tot zinken gebrachte Britse vliegdekschip HMS "Courageous"
                          (Transscriptie uit het scheepsjournaal van het ss Veendam)


Veendam scheepsjournaal  Zondag 17-09-1939

Lichte koelte. Wolkdrijvende lucht; licht golvende zee. Te 7.00 nm werden aan BB zijde een vliegtuigmoederschip en twee torpedojagers bemerkt, stoomende om de OZO. Te ongeveer7.20 ontwikkelde het vliegtuigmoederschip een zwaar rookgordijn, tegelijkertijd hoorden wij enige doffe slagen en trilde ons schip en zagen wij bij de Westelijke torpedobootjager een waterzuil omhoog gaan. Te ongeveer 7.30 zagen wij recht vooruit, dat een der oorlogsschepen met de sterke morselamp seinde: “sinking”; onmiddellijk gaven wij het alarmsignaal en werden de sloepen No. 1,3,5,7,9,11 en 6 naar buiten gedraaid.
Wij waren toen ongeveer 4 mijl van de oorlogsschepen af. Kort hierop zagen wij het moederschip slagzijde maken en daarna bijna rechtstandig zinken. In minder dan geen tijd was de gehele zee overdekt met een dikke laag olie. Te 7.44 liepen wij het olieveld binnen, werden de machines op achteruit gezet en de sloepen 1-3-5 en 6 bemand te water gelaten. Rondom ons heen was veel wrakhout en op de grens van het olieveld dreven verscheidene vlotten met vlaggen en schitterlichten. Sloep 1 roeide rond zonder iets te kunnen ontdekken. De andere sloepen 3, 5 3n 6 voeren door het wrakhout en onderzochten de vlotten. Het was inmiddels donker geworden en sloep 1 werd gehesen. Over het gehele schip waren reflectors buitenboord, schijnende op getuigen, Wij voeren met zeer langzaam werkende machines door het olieveld, overal werden kleine lichtjes gezien, doch bleken dit sloepen van de torpedojagers te zijn. Te 9.30 nm bracht sloep 5 een drenkeling aan boord. Onmiddellijk werden door den scheepsarts alle pogingen in het werk gesteld om de levensgeesten op te wekken. Doch, tevergeefs. Ten ongeveer 11.30 nm kwam een sloep van een der torpedojagers aan boord om te vragen of wij nog overlevenden hadden. De officier werd medegedeeld dat de man die wij aan boord hadden bleek overleden te zijn.
--- Lichte koelte. Heldere wolkdrijvende lucht. Licht golvende zee.

Veendam Scheepsjournaal Maandag 18-09-1939

Lichte koelte. Helder wolkdrijvende lucht. Licht golvende zee.
Het horloge en sleutels die wij op hem gevonden hadden werden aan den officier afgedragen. Den officier werd medegedeeld dat wij het lijk in de Downs zouden afleveren. Een journaal werd nog drijvende gevonden en dit werd rondgeseind. Ten ongeveer 0.30  gmt stoomde een jager vlak langs ons, waarvan de commandant den kapitein bedankte voor de pogingen door ons in het werk gesteld. De motorsloepen werden teruggeroepen en onze reis werd vervolgd.
In den morgen, bij het kisten van het lijk werden op een der sokken de navolgende naam gelezen: M. Lawrey. Het journaal werd verzegeld en ter aflevering in de Downs opgeborgen. Hadden de sloepen 1-2-4-7-8-9-10-11-12-13-14-15 en 16 buitenboord gedraaid.

Stelden ten 1.40 koers naar de opgegeven positie van het zinkende ss “Kensington Court”.
Bereikten ten 7.00 de opgegeven plaats van ss “Kensington Court”vonden één verlaten reddingboot. Zagen even tevoren een Engels oorlogsschip op dezelfde plaats vertoeven. Besloten ten 7.05 de reis te vervolgen.

Veendam Scheepsjournaal Dinsdag 19-09-1939

Passeerden ten 2.00 Bishop Rock Light House op 7 mijl afstand.
Passeerden ten 6.47 Lizard Head op 8,5 mijl afstand.
Passeerden ten 3.31 Bill of Portland Light House op 14 mijl afstand.
Passeerden ten 7.50 St Catherine’s Point op 6 mijl afstand.

Veendam Scheepsjournaal Woensdag 20-09-1939

Passeerden te 1.06 Beachy Head Light House op 3,75 mijl, ten 1.52 Royal Sovereign op 1,25 mijl afstand. Manoeuvreerden onder loodsaanwijzing naar de ankerplaats. Passeerden ten 4.37 Dungeness Light House en ten 6.15 Dover op 2 mijl afstand; beschouwen dit als einde zeereis. Manoeuvreerden verder onder kapiteinsaanwijzing naar de Downs. Kregen ten 7.20 den loods aan boord en gingen onder diens aanwijzingen naar de ankerplaats.
Lieten ten 8.15 SB anker vallen en lagen ten 8.20 ten anker voor 60 vadem ketting van SB anker in 15 vadem water………  Kregen ten 9.40 examination aan boord. Gaven ten 10.27 de overleden Engelse zeeman af. Door de autoriteiten werd het radiostation, benevens de sloepsradio installaties verzegeld. Ten 2.20 vertrokken de examination officers.
Kregen ten 4.15 officier aan boord; deze vertrok ten 5.15.

Veendam Scheepsjournaal Donderdag 21-09-1939

…Ten 3.29 vertrokken de officials en 4 voor Engeland bestemde passagiers met hun bagage. De voor het continent bestemde passagiers werden niet toegestaan om te landen.

OPMERKING SAMENSTELLER: Het ss Veendam werd pas op 18 october door de Engelsen vrijgegeven. 

 


 Vliegdekschip HMS "Courageous" getorpedeerd

.....  "Het ss "Veendam" van de HAL onderscheidde zich op 17 september door deel te nemen aan het reddingswerk van het door de U 29 tot zinken gebrachte Britse vliegkampschip "Courageous". Urenlang voeren niet minder dan veertien reddingboten van de Veendam rond om overlevenden te zoeken, een moeilijk werk, daar de zee in de wijde omtrek met stookolie was bedekt. De opgepikte drenkelingen werden door de reddingboten naar de Britse oorlogsschepen gebracht die de Courageous hadden geëscorteerd. Eén der sloepen van de Veendam viste ook nog het journaal op van de "Courageous" op, dat bij de Admiralty kon worden ingeleverd. Nadat een officier van de Engelse torpedobootjager “Ivanhoe” de gezagvoerder van de Veendam, kapitein Filippo, dank had gezegd voor zijn grote hulp, stoomde het Nederlandse schip verder naar de Downs”. Ook het Amerikaanse vrachtschip "Collingworth" nam aan de reddingsactie deel.

 


Geraadpleegde bronnen:
Bezemer, K.W.L. Geschiedenis van de Nederlandse Koopvaardijvloot in de Tweede Wereldoorlog, (2 delen), Elsevier Boeken B.V., Amsterdam 1986
Costello, J. & Hughes, T; De Slag om de Atlantische Oceaan, uitg. de Boer Maritiem, Bussum 1980
Seabrook, W.C. In the War at Sea, uitg, HAL second edition 1950

https://uboat.net/allies/merchants/ships/32.html

https://en.wikipedia.org/wiki/HMS_Courageous_(50)

http://www.naval-history.net/xDKCas1939-09SEPT.htm


 

Krantenberichten


Algemeen handelsblad 18-10-1939 en 19-10-1939

HOE DE „COURAGEOUS” ZONK ZAG MEN AAN BOORD VAN HET SS "VEENDAM"

Grootste gedeelte van de bemanning kwam om door verstikking in de op zee drijvende stookolie. — Hulpverleening mocht niet baten.

NEDERLANDSCH SCHIP HEEFT JOURNAAL VAN „COURAGEOUS” OPGEPIKT

(Van onzen correspondent) Rotterdam, 17 October.

Opvarenden van de „Veendam" van de Holland-Amerika-lijn hebben op 17 September de Courageous ten onder zien gaan. Aan boord van de “Veendam" hebben wij ook voor het eerst een aannemelijke verklaring gehoord, die officieele mededeelingen tot dusver niet hebben gebracht, hoe een zoo groot deel van de bemanning het leven heeft verloren. De meeste menschen zijn gestikt in de vijf centimeter dikke olielaag, die de golven bedekte. Zij zijn om het leven gekomen in de vieze, bruine laag stookolie of andere olie, wellicht olie voor de vliegtuigen, die de Courageous aan boord had. Binnen eenige minuten was het schip verdwenen.

De sobere gegevens uit het journaal van kapitein Abraham Filippo van de “Veendam” vormen de bron, waaraan wij deze lezing van het ten onder gaan van het Britsche vliegtuigmoederschip ontleenen.
De „Veendam", die onder kapitein Filippo op 9 September reeds uit New Vork was vertrokken, beleefde op deze reis niets bijzonders tot op Zondag 17 September. Des morgens had men aan boord het Engelsche s.s. „Kafiristan" zien torpedeeren op 375 zeemijlen ten Westen van het Kanaal. De „Veendam" was er op af gestoomd, doch de bemanning was reeds opgepikt door het ss „American Banker",

De reis werd voortgezet en dienzelfden Zondagmiddag kreeg men op 7 mijlen vooruit de „Courageous" in zicht, die opstoomde tezamen met drie kruisers. Twee bombardementsvliegtuigen vlogen over de „Veendam" en streken neer aan boord van de „Courageous", de tot vliegtuigmoederschip verbouwde slagkruiser.
Even later werd er rondom de „Courageous" een dicht rookgordijn getrokken. Kort daarop werd een ontploffing gehoord op de „Courageous" die, naar men op de „Veendam" onmiddellijk dacht, door een torpedo moest zijn veroorzaakt. Het groote schip ging onmiddellijk op zij liggen en stak daarna den voorsteven de lucht in. Binnen een paar minuten was er van het geweldige schip niets meer te zien. De golven hadden het verzwolgen.

Kapitein Filippo heeft onmiddellijk veertien sloepen te water gelaten om hulp te bieden doch het was helaas te laat. De heele zij was overdekt met olie, een laag van vijf cm dik. Het grootste deel van de bemanning moet in de olie gestikt zijn.

Het lot van den betaalmeester van de "Courageous", die nog levend in een sloep is gehaald, maakt het waarschijnlijk. De geredde man is onmiddellijk overgebracht naar de “Veendam”, waar de dokter hulp geboden heeft. Hij was echter door olie vergiftigd en kon niet meer in leven worden gehouden.

Het journaal van de „Courageous" is drijvende gevonden op de olielaag en verzegeld, om later aan bevoegde instanties ter hand te kunnen worden gesteld. Tegen den avond is de torpedojager de „Ivanhoe" langszij gekomen om den dank van de admiraliteit te betuigen voor de hulp, die de „Veendam" geboden had. Het Nederlandsche schip heeft de reis voortgezet naar de Downs, waar het 20 September is aangekomen. Het lijk van den betaalmeester van de „Courageous" en het journaal zijn daar afgegeven.

De Engelsche passagiers gingen daar van boord. Later konden ook de andere passagiers het schip verlaten en op eigen gelegenheid verder reizen. Vier October is de reis voortgezet naar Gravesend, vanwaar het schip verhaald is naar de Tilbury Docks waar 700 colli stukgoed, die als verdachte lading werden beschouwd zijn gelost. Alle patrijspoorten waren dichtgeplakt en er twinkelde geen enkel lichtje uit de passagiersverblijven, toen het schip vanavond te Rotterdam voor de kade kwam. Het waren uitsluitend leden van de bemanning, die de wal betraden, toen het schip was vastgelegd. De „Veendam" heeft 8000 ton graan aan boord, 4000 ton voor Rotterdam en 4000 ton voor Antwerpen en 1000 ton stukgoed voor Rotterdam en 200 voor Antwerpen.

Als de lading voor Nederland gelost is, vertrekt het schip Zaterdag of Zondag naar Antwerpen, om vandaar rechtstreeks naar New Vork te vertrekken. De meeste passagiers - 800 menschen kan de „Veendam" ongeveer meenemen — wachten in België op de boot.

Een aantal wordt nog uit Nederland daarheen gebracht om van Antwerpen af mee te varen. Het vervoer van gestrande Amerikanen loopt thans ten einde. Wel zijn er nog vele aanvragen voor het vervoer van emigranten, die ook reeds lang op scheepsgelegenheid wachten. Op het eiland Wight zal de „Veendam" op deze reis nog een aantal gestrande reizigers oppikken. Gisternamiddag om drie uur is het schip vrij gelaten en zonder verder wedervaren is het naar de Wilhelminakade te Rotterdam gestoomd waar het nu ligt tusschen de zooveel grootere „Statendam" en de „Westernland", die even groot is als de „Veendam". De „Westernland" heeft nog de graanelevator langszij liggen, die er het graan uitzuigt, dat de regeering van ons land in de Ver. Staten heeft gekocht.

Algemeen Handelsblad 19-10-1939

Algemeen Handelsblad. Woensdag 19 October 1939.
NEDERLANDSCH SCHIP HEEFT JOURNAAL VAN „COURAGEOUS” OPGEPIKT.
(Van onzen correspondent) Rotterdam, 17 October.
Opvarenden van de „Veendam" van de Holland—Amerika-lijn hebben op 17 September de Courageous ten onder zien gaan. Aan boord van de ,,Veendam" hebben wij ook voor het eerst een aannemelijke verklaring gehoord, die officieele mededeelingen tot dusver niet hebben gebracht, hoe een zoo groot deel van de bemanning het leven heeft verloren. De meeste menschen zijn gestikt in de vijf centimeter dikke olielaag, die de golven bedekte. Zij zijn om het leven gekomen in de vieze, bruine laag stookolie of andere olie, wellicht olie voor de vliegtuigen, die de Courageous aan boord had. Binnen eenige minuten was het schip verdwenen.
De sobere gegevens uit het journaal van kapitein Filippo van de Veendam vormen de bron, waaraan wij deze lezing van het ten onder gaan van het Britsche vliegtuig-moederschip ontleenen.

De „Veendam", die op 9 September reeds uit New York was vertrokken, beleefde op deze reis niets bijzonders tot op Zondag 17 September. Des morgens had men aan boord het Engelsche s.s. „Kafiristan" zien torpedeeren op 375 zeemijlen ten Westen van het Kanaal. De „Veendam" was er op af gestoomd, doch de bemanning was reeds opgepikt door het s.s. „American Banker",

De reis werd voortgezet en dien zelfden Zondagmiddag kreeg men op 7 mijlen vooruit de „Courageous" in zicht, die opstoomde tezamen met drie kruisers. Twee bombardementsvliegtuigen vlogen over de „Veendam" en streken neer aan boord van de „Courageous", de tot vliegtuigmoederschip verbouwde slagkruiser. Even later werd er rondom de „Courageous" een dicht rookgordijn getrokken.
Kort daarop werd een ontploffing gehoord op de „Courageous" die, naar men op de „Veendam" onmiddellijk dacht, door een torpedo moest zijn veroorzaakt. Het groote schip ging onmiddellijk op zij liggen en stak daarna den voorsteven de lucht in. Binnen een paar minuten was er van het geweldige schip niets meer te zien. De golven hadden het verzwolgen.

Kapitein Filippo heeft onmiddellijk veertien sloepen te water gelaten om hulp te bieden doch het was helaas te laat. De heele zij was overdekt met olie, een laag van vijf cm dik. Het grootste deel van de bemanning moet in de olie gestikt zijn.

Het lot van den betaalmeester van de ,,Courageous", die nog levend in een sloep is gehaald, maakt het waarschijnlijk. De geredde man is onmiddellijk overgebracht naar de Veendam, waar de dokter hulp geboden heeft. Hij was echter door olie vergiftigd en kon niet meer in leven worden gehouden.
Het journaal van de „Courageous" is drijvende gevonden op de olielaag en verzegeld, om later aan bevoegde instanties ter hand te kunnen worden gesteld.

Tegen den avond is het patrouillevaartuig „Ivanhoe" langszij gekomen om den dank van de admiraliteit te betuigen voor de hulp, die de „Veendam" geboden had. Het Nederlandsche schip heeft de reis voortgezet naar Duins, waar het 20 September is aangekomen. Het lijk van den betaalmeester van de „Courageous" en het journaal zijn daar afgegeven.
De Engelsche passagiers gingen daar van boord. Later konden ook de andere passagiers het schip verlaten en op eigen gelegenheid verder reizen. Vier October is de reis voortgezet naar Gravesend, vanwaar het schip verhaald is naar de Tilbury Docks waar 700 colli stukgoed, die als verdachte lading werden beschouwd zijn gelost.
Alle patrijspoorten waren dichtgeplakt en er twinkelde geen enkel lichtje uit de passagiersverblijven, toen het schip vanavond te Rotterdam voor de kade kwam. Het waren uitsluitend leden van de bemanning, die de wal betraden, toen het schip was vastgelegd. De „Veendam" heeft 8000 ton graan aan boord, 4000 ton voor Rotterdam en 4000 ton voor Antwerpen en 1000 ton stukgoed voor Rotterdam en 200 voor Antwerpen.

Via Antwerpen naar New York
Als de lading voor Nederland gelost is, vertrekt het schip Zaterdag of Zondag naar Antwerpen, om vandaar rechtstreeks naar New York te vertrekken. De meeste passagiers – 800 menschen kan de „Veendam" ongeveer meenemen – wachten in België op de boot. Een aantal wordt nog uit Nederland daarheen gebracht om van Antwerpen af mee te varen.

Het vervoer van gestrande Amerikanen loopt thans ten einde. Wel zijn er nog vele aanvragen voor het vervoer van emigranten, die ook reeds lang op scheepsgelegenheid wachten.
Op het eiland Wight zal de „Veendam" op deze reis nog een aantal gestrande reizigers oppikken.

Gisternamiddag 18 october om drie uur is het schip vrijgelaten en zonder verder wedervaren is het naar de Wilhelminakade te Rotterdam gestoomd waar het nu ligt tusschen de zooveel grootere „Statendam" en de „Westernland", die even groot is als de „Veendam". De „Westernland" heeft nog de graanelevator langszij liggen, die er het graan uitzuigt, dat de regeering van ons land in de Verenigde Staten heeft gekocht.


1940 Meidagen  tss "Veendam" ligt aan de Wilhelminakade tussen brandende Boschdijk en Statendam en wordt later verhaald naar de Waalhaven

Rapport van Kapitein Filippo. 
Uittreksel uit het Havenjournaal S.S. VEENDAM – Ligplaats: Wilhelminakade, Rotterdam
Vrijdag 10 Mei 1940.
Losten met een ploeg op VI van 0 tot 3 uur. Hiermede was het schip gelost op eenig aluminium na.
Begonnen te 5 uur v.m. met diverse maatregelen te nemen met het oog op de oorlogsomstandigheden, ter beveiliging van het schip en de aan boord zich bevindende personen. Maakten stoom klaar. Legden de brandslangen uit. Sloten de electrische waterdichte deuren. Haalden proviand op voor ongeveer 70 man, welke op het schip en in de omgeving waren. Wachtten verder den loop der dingen af en namen maatregelen tegen de gebeurtenissen zooals die opkwamen.
Goed weder, lichte Nd.lijke koelte. Helder wolkendrijvende lucht.

Zaterdag 11 Mei 1940.
Verlieten te 8 uur 15 met alle aanwezige personen het schip, daar verder aan boord blijven niet raadzaam was met het oog op het daaraan verbonden levensgevaar. Hadden inmiddels in de machinekamer en aan dek zoodanige maatregelen getroffen, dat geen gevaar voor het schip kon ontstaan van scheepswege.

Zondag 12 & Maandag 13 Mei 1940. Het schip wegens overmacht verlaten.

Rapport van den Heer G. Tonnon, chef afdeling Civiele dienst

Maandag 13 Mei 1940.
Onder meer werd tijdens de vijandelijkheden getracht, toen onze schepen begonnen te branden, met de H.H. Henken en Filippo een weg te vinden om de VEENDAM te bereiken.
Dit geschiedde, naar ik mij meen te herinneren, op Maandag 13 Mei.
Ik had mij een vrijgeleide van de luchtbescherming verzekerd, teneinde te kunnen doordringen tot het tijdelijke kantoor van den Havenmeester op de Breitnerweg. Het was onze bedoeling te trachten een sleepboot te krijgen om het schip weg te sleepen. De wind daartoe gunstig en hadden wij drieën als zeeman of oud-zeeman de trossen op het voorschip willen vastmaken. De havenmeester kon echter van den militairen commandant hiertoe geen toestemming krijgen, daar de gevechten op bruggen en Boompjes nog in vollen gang waren.

Wij begaven ons toen naar de Veerhaven om onder dekking van de huizen in de Westerstraat en Maasstraat de situatie op te nemen. Vastgesteld kon worden, dat de STATENDAM, BOSCHDIJK en daarachter gelegen etablissementen in brand stonden. De branden waren gevorderd tot aan het achterschip van de VEENDAM, op welk schip een kraan [twee kranen] van den wal was gevallen. Het was temeer jammer, dat er geen mogelijkheid bestond om bij de VEENDAM te komen, daar de wind westelijk was geworden, dus gunstig voor het voorkomen van overslaan van het vuur naar de VEENDAM. In de Rijnhaven brandde het voorschip van de DINTELDIJK.

De situatie was in de Maasstraat zeer gevaarlijk door de plaatsvindende vijandelijkheden. Het was ons ook duidelijk, dat van bereiken van de VEENDAM geen sprake kon zijn, daar er overal kogels en granaten in het water sloegen.
Onder meer is bekend geworden, dat van een havenboot, die na het uitbreken van de brand op de STATENDAM dit schip ter blussching trachtte bereiken, vanaf (het schip) den wal de kapitein is doodgeschoten.
Tenslotte kwam het bombardement en Woensdag 15 Mei, toen ik mij naar de restanten van ons bedrijf in Rotterdam kon begeven. Hetgeen hier verder is geschied, blijkt ongetwijfeld uit andere rapporten.

De Civiele Dienst heeft zich in hoofdzaak bepaald tot de te nemen maatregelen van het oogenblik, t.w. maatregelen voor de opname van de magazijnen aan boord en aan wal, voeding voor de velen, die zich meldden en te werk werden gesteld en waarvan talloozen alles hadden verloren (eenige dagen werd op de VEENDAM voor ongeveer 500 menschen gekookt) etc, etc.
Het bleek al direct, dat op de VEENDAM en in de Rijnhaven de magazijnen der schepen waren opengebroken en geplunderd, w.o. de kostbare uitstalkast van den barbier van de VEENDAM. Wie dit heeft gedaan, is niet vast te stellen.

Vervolg Havenjournaal Kapitein Filippo

Dinsdag 14 Mei 1940.

Het schip wegens overmacht verlaten. Hadden in den avond eenige menschen van den terreindienst aan boord voor bewaking. Kregen door vernieling van de walkranen door oorlogsoorzaak twee kranen op het achterschip. Aan het achterschip ontstond brand, welke door middel van een brandspuit van den wal werd gebluscht.

Woensdag 15 Mei 1940.
Begaven ons met eenig personeel aan boord. Namen maatregelen tegen het brandgevaar van den wal. Gaven order aan de machinekamer voor het op gang brengen der pompen. Gaven water door middel van de noodinstallatie en later op de dag op de gewone manier. Brachten alles in gereedheid om eventueel van de gevaarlijke ligplaats te vertrekken. Gaven met meerdere stralen water op den wal om de brand, welke in de nabijheid van het schip woedde, te blusschen. Peilden de ruimen en tanken en bevonden hierbij geen bijzonderheden. Liepen verder brandwacht en bewaakten het achterschip en bovendek constant met het oog op overslaande brand door vonken. Maakten het achterschip beneden- en bovendeks goed nat.

Donderdag 16 Mei 1940.
Zetten alle maatregelen tegen brand voort. Maakten ruimen schoon en verwijderden het vuil van boord. Tuigden het laadgerij af en klaarden het dek op. Liepen doorlopende brandwacht met de scheepsofficieren.

Vrijdag 17 Mei 1940.
Zetten de maatregelen tegen brand voort. Maakten ruimen schoon. Tuigden verder af. Namen de bomen neer. Haalden met een bok de kranen van het achterschip af. Haalden het schip naar voren om verder van het brandgevaarlijke terrein te komen. Liepen doorlopende brandwacht met scheepsofficieren.

Zaterdag 18 Mei 1940.
Beschouwden het brandgevaar van den wal geweken. Bleven water aan de wal geven voor brandbestrijding aldaar. Maakten het schip verder klaar voor opleggen. Liepen doorlopende brandwacht met scheepsofficieren. Matige N.O. tot W.lijke koelte. Heldere lucht.

Zondag 19 Mei 1940.
Tengevolge van het oplaaien van den brand van het s.s. STATENDAM en mogelijk gevaar van brandende olie op het water werd order gegeven aan de machinekamer om stoomklaar te maken te 17 uur 35. Te 19 uur havenloods aan boord. Hadden te 20 uur 55 drie sleepbooten langszij. Te 21 uur 05 werden de sleepbooten en de havenloods bedankt, daar inmiddels bleek het brandgevaar voorloopig geweken. Bleven evenwel stoomklaar en met bluschmateriaal gereed. Liepen doorloopend brandwacht met de scheepsofficieren.