Artikelindex

Zaandam 2










Bouwwerf:                   N.V. Dok- en Werfmaatschappij Wilton Fijenoord   (663)

Tonnage:                     10.909 brt

L x B x H:                    152,89 x 19,62 x 12,19 m

Voortstuwing:              2 x 12 cil. motoren M.A.N. ; 12.500 apk

Snelheid:                    18 knopen

Passagiers:                 160 toeristenklasse

Bemanning:                130

Aanvankelijk was dit schip de naam "Schiedam (2)" toebedeeld, maar dit werd gewijzigd in "Zaandam".
1939 Op 7 januari koos dit zusterschip van de "Noordam" (2) voor het eerst het ruime sop en koerste naar New York.

1940 Op 15 maart laatste vertrek Rotterdam - New York.

1940 Per 27 april ingezet in de Java - New York Lijn.

1941 De "Zaandam" loopt op 6 mei, onderweg van New York naar Soerabaja, in Straat Torres op een rif. Onder bewaking van Hr Ms "Java" kwam het schip drie dagen later vlot. De bodemschade werd in Soerabaja hersteld.
1941 Op 14 december gerequireerd door Nederlandse regering en onder bevel van de Commandant Zeestrijdkrachten te Batavia geplaatst.

1942 Vanaf 10 februari liggend op de rede van Tjilatjap werd het schip, onder kapitein J. Stamperius, op 28 februari aangevallen door Japanse vliegtuigen. Dankzij resoluut optreden van kapitein Stamperius en felle luchtafweer van 4e stuurman Arie van Dyk, steward Willem van Zyl, assistent chef steward Henri 't Hoen en steward Kuno van der Feltz o.l.v. 3e stuurman Willem Broekhof, werd de aanval afgeslagen.

1942 Laat in de avond van 1 maart vertrokken met evacuees, militairen en burgers, met totaal 892 personen aan boord. Op 2 maart werden 29 geredden van het ss "Tomohon" opgepikt, waaronder 3 overlevenden van het Noorse ss "Prominent".

1942 Op 6 maart aangekomen te Fremantle, waarna het schip werd ingezet voor de evacuatie van de Hollanders, militairen en burgers, van West Australië naar Melbourne. Daarna werd vertrokken met lading wol naar Chili. Daarvandaan met koper naar New Orleans. Hierna voer het schip voor de British Ministry of War Transport, maar vanaf 27 april in charter van de US War Shipping Administration (WSA).

1942 Vanaf juli ging het in konvooien AS.4 en WS.21P van Brooklyn via Kaapstad naar de Rode Zee. Daarna retour via Kaapstad. Op 21 oktober vandaar vertrokken met 169 passagiers, onder wie HAL kapitein Jan P. Wepster, bekend van ss "Volendam" en ss "Nieuw Amsterdam", en 130 bemanningsleden.

1942 Onderweg van Kaapstad naar New York op 2 november op de Atlantische Oceaan getorpedeerd door de U 174  (KzS Ulrich Thilo) ten noorden van Recife, Brazilië. De Zaandam zonk, er vielen 124 slachtoffers. Drie opvarenden, olieman Kees van der Slot (37), passagier Nicko Hoogendam (17) en de Amerikaanse kanonnier Basil Izzi, overleven na een barre tocht van 83 dagen op een reddingvlot en worden opgepikt door een Amerikaanse escortevaartuig uss PC 576

(tekst: John van Kuijk, lid Archiefcommissie)

Bronnen:
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998
Herk, C. van “De Schepen van de Holland Amerika Lijn”, uitg. de Boer, Bussum 1981
Seabrook, W.C. “In the War at Sea”; uitg. HAL, second edition 1950
Top, H. "Bestemming New York", Walburg Pers, Zutphen 2007 ISBN 90-5730-516-X (het volledige verhaal over de "Zaandam (2)

Websites:
Geschiedenis ms Zaandam

Maritiem Historische Databank

Maritiem Digitaal

Konvooireizen

Wrecksite.eu

Uboatnet


BIJZONDERE GEBEURTENISSEN


1942 ms "Zaandam" aangevallen door Japanse bommenwerpers

(Uittreksel uit rapport van kapitein J. Stamperius, m.s. Zaandam- 19e Reis Van San Francisco 26 Dec. 1941 10 N.M. - Aan N. York 27 Jun 1942 10 V.M. -                                    

Rapport Bomaanval 28 Feb 1942.
".....Te San Francisco was het schip voorzien van 2 – 37mm luchtafweerkanonnen. De 4 mitrailleurs, voor ons bestemd, waren niet op tijd aangekomen. Bovendien hadden wij achter een 4” kanon.
De 3e officier Broekhof werd belast met opleiding en oefening van de guncrews.
Voor het 4” achterkanon waren 2 gediplomeerde kanonniers, matrozen, aan boord; de andere matrozen hadden vorige reis geoefend.
Voor het luchtafweergeschut werden 10 man van de Civiele Dienst genomen, die ik, nu er geen passagiers waren, kon missen. Deze menschen liepen de geheele reis geregeld wacht, deden dienst als uitkijk en iedere dag werd met het geschut geoefend en geschoten. Wij hadden 200 oefenprojectielen medegekregen.

Nadat wij 27 Februari van Tjilatjap moesten vertrekken met de order er op te rekenen, den volgenden dag terug te keeren, bevonden wij ons 28 Februari ‘s morgens ongeveer 100 mijl bezuiden de kust koers zettende naar een punt 30 mijl Oost van Tjilatjap. Er werd zwaar zig-zaggend gevaren met een vaart van ± 16 mijl.
Daar wij steeds S.O.S. berichten opvingen, stond iedereen op zijn post.
‘s Morgens ten 8.30 zagen wij plotseling op vrij groote hoogte drie vliegtuigen in formatie aan B.B. op ons afkomen. Begrijpende dat dit Japanners moesten zijn, werd onmiddellijk order gegeven te vuren, alarmsein gegeven en de machinekamer gezegd, zoo hard mogelijk te draaien; tevens werd het roer hard aan boord gelegd.

Toen de Japanners de projectielen voor zich zagen uitbarsten, hetgeen aan de witte wolkjes duidelijk te zien was, hielden zij af en verdwenen in de wolken; blijkbaar hadden zij dit niet verwacht.
Toen ik het radiosein wilde geven, bleek, dat wijzelf onze antenne hadden neergeschoten, doch konden direct met de nood-antenne werken; dit is ook op Java opgevangen.
Inmiddels liepen wij volle kracht, 18 a 19 mijl en maakten groote cirkels; het schip manoeuvreerde als een roeiboot.

Na eenigen tijd, hoe lang is in de opwinding moeilijk na te gaan, kwamen zij recht uit de zon, op enkele streken aan S.B. achter weer opzetten, weer in de zelfde formatie, alsof zij aan elkaar vastgeklonken waren. Direct werd weer zooveel en snel mogelijk op hen geschoten en door het roer hard aan boord te leggen getracht hun het mikken zoo moeilijk mogelijk te maken.
Dezen keer lieten zij eenige bommen vallen, 4 a 5, die aan S.B. dwars van luik 6 in het water vielen; de scherven vonden wij later aan dek.
Zij verdwenen weer, om later weer terug te komen op 4 streken aan S.B. vooruit, nu in duikvlucht recht op de brug af. Toen zij dicht genoeg waren, begonnen zij ook met machinegeweren te vuren, maar juist iets te hoog; de merken op de schoorsteen zijn goed te zien. Weer vuurden wij zoo snel mogelijk en gaven hard B.B. roer. Het schip draaide als een tol en de bommen, nu weer 4 a 5, vielen naast luik 2 te water; ook hiervan lagen de scherven aan dek. De vliegtuigen hielden af en kwamen niet meer terug.

Bij onderzoek bleek er aan het schip niets te mankeren. Wij hadden totaal 83 projectielen afgeschoten. Dit was de eerste keer, dat iemand van ons onder vuur was geweest en toen dan ook een gedeelte van de guncrew het te machtig werd en wegliep, kon ik er niet veel aan doen. Gelukkig bleven de 3e officier Broekhof, 4e officier van Dyk, bediende van Zyl, hofmeester ‘t Hoen en bediende van der Feltz op hun post en konden wij door blijven vuren.
De meeste schepen in de Indische wateren waren onbewapend en uit de verhalen van kapiteins, die hun schip verloren hadden, bleek mij, dat de Japanners gewoon waren op hun gemak over de schepen te vliegen en hun bommen te plaatsen.
Ik ben er van overtuigd, dat ons ogenblikkelijk en aanhoudend snel vuren niet verwacht werd en ons behoud is geweest. Tot het missen van de bommen droeg bij de heerlijke manoeuvreerbaarheid van de Zaandam, waarmee ik, toen zij volle kracht liep, als met een motorbootje in de rondte kon draaien".

Joomla templates by a4joomla