Maasdam 3











Bouwwerf:         NV Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw "Fijenoord" (289)

Tonnage:          8811 brt

L x B x H:         141,98 x 17,68 x 12,19 m

Voortstuwing:    Stoomturbines 4200 apk; 1 schroef

Snelheid:          13 knopen

Passagiers:       1e klasse: 14,   2e klasse: 174,    3e klasse: 802

Bemanning:      89 

Gebouwd uit staal met twee dekken. Het schip was bedoeld als vrachtschip in de "Gaasterdijk"- klasse, maar vanwege de beoogde nieuwe route naar Cuba en Mexico werd zij afgebouwd als een gecombineerd vracht-/passagiersschip.

1920 Te water gelaten op 21 oktober en overgedragen op 6 augustus 1921.

1921 Op 7 september begon haar eerste reis op de Rotterdam-Vigo-Havana-Mexico dienst. In 1928 werd de accommodatie aangepast naar 14 in de eersteklas en 950 in de derdeklas.

1933 Het schip wordt als gevolg van de depressie in juni opgelegd in Rotterdam.

1934 Vanwege de depressie en de veranderende handel op de Mexico route, werd het schip verbouwd op de werf van P. Smit Jr. in Rotterdam. De passagierscapaciteit werd nu 30 in Cabin en 60 in de derdeklas, met een bemanning van 48. Eén (dummy) schoorsteen werd verwijderd.

1935 Ze keert terug in de dienst Rotterdam – New York op 14 februari.

Zusterschepen: "Edam" (4), "Leerdam" (2), "Spaarndam" (2)

De vier zusterschepen kregen passagiersaccomodatie. Vandaar het achtervoegsel "-dam". Deze passagiersaccomodatie ( 1000, waarvan 800 in 3e klasse) hield verband met het toegenomen aantal seizoenarbeiders uit Spanje dat naar Mexico en Cuba reisde. Om de schepen meer aanzien te geven kregen zij een tweede schoorsteen als dummy.
In 1934 werden zij weer verbouwd tot vrachtschepen, waarbij de loze schoorsteen kwam te vervallen.

1940 Begin mei, terugkomend uit New York, werd het schip in de Downs door de Engelsen aangehouden voor inspectie van de lading en drie weken vastgehouden. Inmiddels was Nederland door de Duitsers bezet en moest het schip naar Tilbury Docks. De gedeeltelijk voor Duitsland bestemde lading werd gelost in het St. George Dock. Bij één van de vele bombardementen op Londen werd de "Maasdam" getroffen door een bom die van het voordek door de verschansing een loods in stuiterde. De schade was gering. Een Engels schip dat in de sluis lag werd vol geraakt en zonk ter plaatse. De "Maasdam" kon er dus niet meer uit. Enkele dagen later werden alle sloepen van de in die haven liggende schepen gerekwireerd om te worden ingezet bij de evacuatie van de troepen bij Duinkerken. Later kreeg het schip één oude sloep en een paar vlotten. In juni was het schip door de Nederlandse regering in beslag genomen en in charter gegeven aan het British Ministry of War Transport. Grijs geverfd kwam ze in dienst van de geallieerde oorlogsinspanningen. Nadat het gebombardeerde schip uit de sluis was verwijderd kon een reis naar New York worden aangevangen. Die reis verliep rustig en niet in konvooi en dus snel. In New York kreeg men drie metalen sloepen. er werden reizen gemaakt tussen Halifax en Liverpool, waar veel bombardementen werden doorstaan. Na vertrek uit Liverpool was er tot 15 graden West bescherming. Soms werd een konvooi dan ontbonden en konden alle schepen op volle kracht hun weg vervolgen.


Op één van deze reizen, op een zeer donkere hondewacht 300 mijl van Halifax voer men dwars door een tegenliggend konvooi en de "Maasdam" kwam in aanvaring met een Engels wilde-vaart schip dat in de laatste rij voer. De schok was zeer hevig en het Engelse schip zonk snel. Gelukkig kon men de bemanning aan boord nemen. De "Maasdam" had beduidende schade aan de boeg en bij luik 3.
Het konvooi voer onverstoord verder. De geredde mensen werden in New York afgezet en de "Maasdam" kon worden gerepareerd.

1941 Op 16 juni verliet het schip (kapitein J.P. Boshoff) New York in konvooi HX 133 van Halifax naar Liverpool met passagiers, stukgoederen en metaal. In de nacht van 26 op 27 juni 1941 werd het schip getroffen aan bakboord ter hoogte van ruim 2 door een torpedo, afgevuurd door de Duitse onderzeeboot U 564. 

Om 01.55 uur vuurde de U 564 (OzS Reinhard Suhren) 3 afzonderlijke torpedo's met een interval van één minuut op konvooi HX 133 ten oosten van Cape Farewell en noteerde drie treffers. De ss "Maasdam" en ss "Malaya II" gingen verloren en de Noorse motortanker "Kongsgaard" liep schade op. De "Malaya II" (kapitein Vilhelm Kragelund) werd geraakt in ruim 2 en vloog de lucht in toen de lading dynamite explodeerde. De kapitein, 38 bemanningsleden en 4 kanonniers kwamen om. Zes bemanningsleden werden opgepikt door HMCS "Collingwood"(K 180) (T/Lt W. Woods, RCNR) en in Reykjavik aan land gezet.

De schade aan de "Maasdam" was aanvankelijk niet onherstelbaar, maar toen het er naast varende en geconfisqueerde Deense schip, de "Malaya II" van East Asiatic, explodeerde, veroorzaakte dat zo veel schade dat het schip zonk in positie 59˚56’NB en 030˚35’WL. Enkele reddingboten waren vernietigd, maar de meesten van de 48 bemanningsleden en 32 passagiers (waaronder 17 Red Cross verpleegsters en US marines onder Maj. Walter L. Jordan, de voorhoede voor het mariniers detachement bij de ambassade te Londen) konden veilig van boord. Zij werden aan land gebracht te Barry (Wales). Van de overlevenden werden er 44 opgepikt door de Noorse tanker "Havprins". De overigen door een ander Noors schip. Twee passagiers kwamen om het leven.

Voor een lijst van opvarenden: KLIK HIER


Bronnen:

Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998
Herk, C. van “De Schepen van de Holland Amerika Lijn”, uitg. de Boer, Bussum 1981
Seabrook, W.C. “In the War at Sea”; uitg. HAL, second edition 1950

Websites:
Maritiem Historische Databank

Maritiem Digitaal

Konvooireizen (Klik op SHIP SEARCH in linker kolom)

Uboat.net

Wrecksite.eu

Joomla templates by a4joomla