Afdrukken
Hits: 759

Bouwwerf:           NV Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf, Schiedam (318)

Tonnage:            10.220 brt

L x B x H:           155,20 x 19,74 x 12,19 m

Voortstuwing:     2 B & W dieselmotoren (8 cil.) 2 schroeven; 6500 rpk

Snelheid:            15,5 knopen

Passagiers:          50

Bemanning:        54 koppen

1929  Op 6 juli te water gelaten, werd het ms "Delftdijk" in oktober opgeleverd aan de HAL. Het schip werd speciaal gebouwd voor de dienst op de Westkust van de Verenigde Staten en Canada. De eerste reis ging naar San Francisco.

1940 Het schip wordt in charter gegeven aan het Britse Ministry of War Transport.

1950 Op weg van Rotterdam naar Hamburg loopt het schip bij Norderney op 24 januari op een mijn en raakt zwaar beschadigd. Door de sleepboten "Atlas"en "Danzig" wordt het naar Bremerhaven gesleept. Later, op 10 februari keert het schip, gesleept door de sleepboot "Zwarte Zee" terug in Rotterdam. Het schip wordt dan hersteld en verbouwd bij  de N.V. Dok- en Werfmaatschappij Wilton-Fijenoord. Het voorschip wordt vernieuwd en er worden nieuwe motoren geplaatst 2 7 cil. dieselmotoren M.A.N. met 8400 rpk.

1952 Na de proefvaart in januari komt het schip in de vaart als "Dongedijk".

1952      Brand op de 'DONGEDYK' te Vancouver.
Op het Nederlandse vracht-passagiersschip 'DONGEDYK' van de Holland-Amerika Lijn is brand uitgebroken toen het gemeerd lag aan de Ballantyne-Pier te Vancouver, waar het schip zondagavond was aangekomen. Brandweerlieden en leden van de bemanning bestreden het vuur, dat na een uur beperkt was tot de machinekamer en ruim 3, waarin zich 37 Britse auto's bevonden. Zes sleepboten lagen klaar om het schip buiten de haven te brengen als de brand niet te bedwingen zou blijken. Door het bluswater ging de 'DONGEDYK' zware slagzij naar bakboord maken. Men liet toen de lege olietanks aan stuurboord vollopen om de slagzij op te heffen. Er werden duizenden liters water in de brandende machinekamer gespoten. De brand was vermoedelijk ontstaan doordat een vonk in wat olie terecht kwam. Na 2 uur was men het vuur meester en kon een begin worden gemaakt, het schip, dat 14 graden slagzij maakt, weer recht te krijgen. Bij het blussingswerk, waarbij gebruik werd gemaakt van schuim, geraakten 12 brandweerlieden door de rook buiten kennis of liepen lichte verwondingen op. Geen van hen behoefde echter naar het ziekenhuis te worden overgebracht. (bron: Leidsch Dagblad, 29 april 1952)

1956 Op 24 april in dichte mist voor anker liggend op de Westerschelde, aangevaren door de Zweedse kustvaarder "Kare".

1966 Nadat het voor de sloop verkocht is aan Toshin Trading Company Ltd te Kobe, maakt het schip, herdoopt in "Tung Long", voor Chung Lien Navigation Company SA nog een reis naar Monrovia om daarna op 12 september gesloopt te worden te Kaohsiung.

(tekst: John van Kuijk, lid Archiefcommissie)

Bronnen:
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998
Herk, C. van “De Schepen van de Holland Amerika Lijn”, uitg. de Boer, Bussum 1981
Seabrook, W.C. “In the War at Sea”; uitg. HAL, second edition 1950

Websites:
Maritiem Historische Databank
Maritiem Digitaal
Konvooireizen (Klik op SHIP SEARCH in linker kolom)
ssMaritime


 

1940 Het ms "Delftdijk" is het laatste HAL schip dat vanuit Antwerpen bij het uitbreken van de oorlog in Nederland op de uitreis gaat

Het schip was met 22 passagiers en vracht op 10 mei om 03.00 uur vertrokken vanuit Antwerpen naar New York.  Zij was vanaf 5 mei in de Scheldestad geweest. Bij Vlissingen aangekomen stond 1e stuurman (en later kapitein) Gerrit j. Drost (die bij toeval aan boord was van het uit Antwerpen laatst vertrekkende HAL schip en het eerste HAL schip dat Antwerpen aandeed na de oorlog)  stond  met de loods op de brug en zag zeer veel Duitse vliegtuigen overkomen. Hij gaf er niet veel aandacht aan, nog niet wetende dat de oorlog was begonnen. Totdat kapitein Liebau het hoorde over de radio. De kruiser "Sumatra" lag voor Vlissingen toen wij naderden en schoot op de vliegtuigen. Dichterbij komend kregen wij bevel om de zuidkant van de rivier te houden. Drost vertelde: "Ik stond op het voorschip toen een vliegtuig een bom dropte op 30 meter afstand. Mijn eerste reactie was om naar hem te schreeuwen: "Kijk een beetje uit; je hebt ons bijna geraakt". Meerdere bommen deden het schip schudden en trillen. Ofschoon er geen directe treffer was, lag alles aan scherven en zaten er 28 gaten in het schip. Al het glas op het promenadedek was aan diggelen en het serviesgoed in de keuken sneuvelde. Nog dezelfde dag voeren wij verder langs de Belgische en Franse kust naar Duinkerken, en vandaar naar Portsmouth in Engeland. Na 8 dagen oponthoud voor reparaties voer het schip naar New York".

Daar werd de "Delftdijk" vercharterd aan het Britse Ministry of War Transport voor een reis naar Londen. Daar aangekomen leek haar inzetbaarheid van korte duur, want de Duitse bommenwerpers hadden het op het schip voorzien. Zij kreeg opdracht voor een reis van Schotland naar Australië. Liggend in Peterhead werd zij op 2 september aangevallen door een eenzame Duitse bommenwerper. Bij een eerste poging werden geen treffers geplaatst, maar het vliegtuig keerde terug voor een tweede poging en dropte nu een bom precies in de schoorsteen. Het projectiel viel niet recht naar beneden, maar vloog er dwars doorheen tegen één van de laadbomen, brak in twee, met één deel dat op het dek viel, terwijl het andere deel twee dekken doorboorde en het schip in brand zette. In het andere geval zou het schip direct vernietigd geweest. Er was maar 1 slachtoffer. Een Finse matroos stond aan dek en was op slag dood".

Over gevaarlijk werk gesproken; naar een ooggetuigenverslag van kapitein Liebau

........"Kort na het gebeuren in Peterhead werden wij de haven van Leith binnengesleept door de Britse rescue tug HMS Saucy. Ik was onder de indruk van de professionaliteit en vriendelijkheid van kapitein en bemanning van de "Saucy". Wij gingen voor anker en kort nadat de "Saucy" losgooide liep de sleepboot  op een Duitse magnetische mijn en vloog de lucht in. 28 van de 30 bemanningsleden kwamen hierbij om het leven. Meer dan enige andere oorlogservaring is dit voorval mij bijgebleven.
De reparaties aan ons schip werden uitgevoerd in New Castle-on-Tyne. Liggend in het droogdok, hadden wij onze volgende near escape.Tijdens een luchtaanval op een nabijgelegen havenbekken kregen wij nog schade aan de bovenbouw. Het duurde een vol jaar aleer het schip voor de dienst gereed was. Dat was september 1941".

Na deze periode voer de "Delftdijk" op trajecten naar West-Afrika, Australië, India en tussen Engeland en de U.S. met oorlogsmaterieel. In het laatste stadium van de oorlog werd zij, evenals de "Edam"en "Leerdam", ingezet voor het officiële personenvervoer, omdat hun passagiersaccommodatie zo goed als intact was gebleven.

Onderscheidingen

Voor hun plichtsvervulling en bijzondere inzet aan boord van de "Delftdijk" werd het Kruis van Verdienste uitgereikt aan kapitein Liebau (met de gespen), 1e stuurman Drost, 2e stuurman J.A. Broekhuizen, Hoofdmachinist J.J. Demand, 2e machinist J. Bonne, bootsman D. Schreuder en de matrozen C. Zwart, W. de Groot, P. Hoogeveen, P. van der Ster en N.D. Verkerke. Het Bronzen Kruis werd toegekend aan 3e stuurman C. de Jager en 4e stuurman A. Lok.