Noordam 1











Bouwwerf:                   Harland & Wolff, Belfast (338)

Tonnage:                    12.531 brt

L x B x H:                   170,90 x 18,90 x 13,77  m

Voortstuwing:             2 triple expansie 3 cil. stoommachines; 2 schroeven; 7.600 ipk

Snelheid:                   15 knopen.

Passagiers:                1e klasse:  283,        2e klasse: 252,      3e klasse: 1800

Bemanning:                  226

Gebouwd als stalen passagiersschip met vier dekken. Het schip kon getuigd worden met één zeil aan de voormast en één zeil aan de achtermast.

1902 Te water gelaten op 8 september 1901 en overgedragen op 25 maart 1902. Ze begon haar eerste reis, van Rotterdam naar New York, op 1 mei 1902.
1904 Ze was in het eerste Nederlandse schip dat werd uitgerust met een radio-telegraaf-installatie, 1912 bemand door Marconi personeel.

1910 Het passagiersschip ss. 'Noordam' van de Holland-Amerika Lijn, op weg van New York naar Rotterdam, komt tijdens dichte mist nabij het eiland Wight in aanvaring met de schoener 'Alida' uit Groningen. Beide schepen kunnen de reis weer vervolgen, waarbij de 'Alida' slechts een gebroken boegspriet heeft opgelopen. (Bron: 'De Zee' (1911) 

1912 In april werden acht reddingboten aan de achterzijde van het schip toegevoegd op een daarvoor geconstrueerd extra bootdek (dit was het gevolg van de ramp met de "Titanic").

1914 Op 17 oktober voer het schip, komende uit New York en op weg van de Downs naar Rotterdam, op circa 80 mijl van Hoek van Holland op een Engelse mijn nabij het lichtschip "Maas" op de positie 51.31 N, 02.07 O. De achtersteven werd beschadigd; het roer en de stuurmachine werden vernield. De kapitein stuurde het schip met behulp van de twee schroeven naar Rotterdam waar het werd gerepareerd. Er waren geen slachtoffers. 

1915 Na een meer dan vier maanden durende reparatie keerde het schip terug in dienst op 26 maart.

1917 Op 3 augustus speelde zich een herhaling van het ongeval af toen, onderweg van Halifax naar Rotterdam, onder kapitein B.C. Walraven, op de Noordzee bij de Terschellingerbank een mijn werd geraakt (positie 53.16N, 04.32 W). De 235 passagiers aan boord werden door de sleepboot "Thames" van L. Smit & Co te Nieuwe Diep veilig aan land gezet. Op 8 augustus voer het schip op eigen kracht naar Rotterdam, begeleid door de sleepboot" Simson" .

1918  De "Noordam" (gecharterd als hulpkruiser) vertrekt op 16 februari met het pantserschip Hr. Ms. "Hertog Hendrik" in konvooi naar Nederlands-Indië via het Panamakanaal. Ten noorden van Schotland kwam het schip in een zware storm waarbij zodanige averij wordt opgelopen, dat men moest terugkeren naar Den Helder, waar men op 29 maart aankwam.

1918 Op 3 juli vertrok de "Noordam" (onder kapitein van Walraven) ten tweede malen uit Rotterdam. Nu naar Nieuwe Diep om zich te voegen in een konvooi naar Indië via Kaap de Goede Hoop. Dit konvooi bestond verder uit de schepen: Hr.Ms. pantserschip "Hertog Hendrik" (onder kapitein-ter-zee de Jonckheere), de "Tabanan" van de Rotterdamsche Lloyd(onder kapitein-ter-zee Gooszens) en de "Bengkalis" van de Stoomvaart Maatschappij Nederland (onder kapitein Stapel) als kolenvoorraadschip.
Op 14 juli kampte de "Noordam" met machineschade, die echter dezelfde dag kon worden hersteld. Op 27 september kwam het konvooi aan in Tandjong Priok. Na een dokbeurt in Soerabaja keerde het schip via het Suez-kanaal op 20 december terug in Rotterdam.

1919 Op 8 maart vertrekt de "Noordam" via Plymouth en Brest met repatriërende Amerikaanse troepen naar New York. Daarmee keerde het terug in de Noord-Atlantische dienst.

1923 Op 15 maart begon een ‘bareboat ‘charter voor de Rederiaktie-Bolaget Sverige Nordamerika onder de naam "Kungsholm". Ze voer op de dienst Gotenburg – New York. Deze charter eindigde op 6 december 1924 (laatste vertrek voor de SAL op 7 november) en het schip keerde bij de HAL terug op de Noord-Atlantische route.     Het Vaderland 24-04-1924

1925 In december werd het schip opgelegd in Rotterdam, maar kwam op 6 oktober 1926 weer in dienst. Drie maanden later in december 1926 werd de accommodatie teruggebracht tot alleen het vervoer van derdeklas passagiers.

1927 In april werd ze opnieuw opgelegd en kwam te koop. Het schip werd als schroot verkocht aan N.V. Frans Rijsdijk’s Industriële Ondernemingen. De bovenbouw werd verwijderd terwijl ze in de Waalhaven in Rotterdam lag en de rest van de romp kwam op 15 mei 1928 in Hendrik Ido ambacht aan voor ontmanteling.

(tekst: John van Kuijk, lid Archiefcommissie)

 
Bronnen:
Boer, G.J. de “125 jaar Holland Amerika Lijn”; uitg. De Alk, Alkmaar 1998; ISBN 90 6013 074 X
Dalkmann, H.A. en Schoonderbeek, A. “125 years of Holland America Line”; Edinburgh Pentland Press 1998
Herk, C. van “De Schepen van de Holland Amerika Lijn”, uitg. de Boer, Bussum 1981; ISBN 90 228 1863 2

 

Joomla templates by a4joomla